Nederlandse maakindustrie test productpaspoort voor staal

Zo’n twintig bedrijven uit de Nederlandse maakindustrie zijn gestart als koplopersgroep rond het productpaspoort voor staalproducten. Vanaf 2028 wordt een digitaal productpaspoort verplicht voor staal, en de deelnemers wachten niet tot alle regels vaststaan. Ze doen nu al ervaring op, delen kennis met elkaar en zoeken gezamelijk uit wat in de praktijk werkbaar is voor kleinere bedrijven in de staalketen, nog voordat de verplichting ingaat.

Productpaspoort voor staal vanaf 2028

De koplopersgroep komt voort uit het Manifest voor een toekomstbestendige Nederlandse maakindustrie. Dat manifest is opgesteld door onder meer FME, Koninklijke Metaalunie, FPT, NEVAT en de Staalfederatie, en sluit aan op het rapport van Peter Wennink. Europese regelgeving stelt vanaf 2028 nieuwe eisen aan duurzaamheid, circulariteit en transparantie voor producten van staal. Een digitaal productpaspoort brengt dan productinformatie samen: materiaalgebruik, herkomst, onderhoud, reparatiemogelijkheden en duurzaamheidsgegevens. Zo ontstaat beter inzicht in een product gedurende de hele levenscyclus, van de CO₂-impact in de keten tot de manier waarop het later wordt gerecycled. Dat biedt kansen, want een paspoort met bewezen herkomst kan de weg vrijmaken voor hogere prijzen bij duurzaam geproduceerd staal. Zo’n paspoort moet volgens Brussel bijdragen aan een circulaire economie, met beter zicht op materiaalgebruik en recyclingmogelijkheden.

Koplopers delen praktijkervaring

De deelnemende bedrijven worden begeleid door Van Oers, TNO, NEVAT en Joop van Zanten Staalservice als ervaringsdeskundige. De kracht van de aanpak zit in het samen leren. Bedrijven doen ervaring op met de eerste praktische toepassing van het productpaspoort en brengen in kaart wat werkt, waar knelpunten zitten en welke informatie daarvoor nodig is. Die lessen zijn niet alleen waardevol voor de koplopersgroep zelf. Ze helpen ook andere bedrijven in de sector om later sneller en beter aan te sluiten bij de eisen die vanaf 2028 gaan gelden. Zo ontstaat stap voor stap een aanpak die past bij de praktijk van de Nederlandse maakindustrie, in plaats van een papieren exercitie die alleen op kantoor wordt uitgedacht.

Knelpunten voor het mkb in kaart

Toch zijn er nog volop praktische vragen. Welke gegevens zijn precies nodig voor een volledig productpaspoort? Waar komt die informatie vandaan, en wie in de keten legt haar vast? Hoe wordt data verzameld, gedeeld en up to date gehouden zonder dat elk bedrijf een eigen IT-afdeling nodig heeft? En vooral: hoe blijft dit werkbaar voor het mkb, dat vaak met beperkte capaciteit werkt? Onderzoeksinstituut TNO noemt een productpaspoort een basisvoorwaarde voor een duurzame economie, omdat het de hele keten inzicht geeft in herkomst en impact van materialen. Door die gegevens vooraf vast te leggen, wordt hergebruik van staal eenvoudiger bij sloop of renovatie, wat juist voor bouwbedrijven interessant is.

Opschalen na de eerste productpaspoorten

Na deze pilotfase moet duidelijk worden welke aanpak het best past bij kleinere staalbedrijven, zodat zij niet zelf het wiel opnieuw uitvinden. De koplopersgroep bouwt aan een praktisch stappenplan dat andere ondernemingen later kunnen overnemen, inclusief voorbeelden van wat een werkend productpaspoort in de praktijk precies bevat. Voor de bouwsector betekent dit dat leveranciers van staal de komende jaren steeds vaker met een digitaal paspoort kunnen aankomen bij aannemers en staalbouwers.

Avatar foto

Redactie

Dit nieuws is samengesteld door de redactie van BouwNieuwsVandaag.
Lees meer van: Redactie

Materialen - Uitgelicht


Digitale Nieuwsbrief

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEVEN EN BLIJF OP DE HOOGTE VAN AL HET BOUW NIEUWS!

MAANDAG: EVENTS OVERZICHT
VRIJDAG: NIEUWS OVERZICHT

Door jouw inschrijving voor de nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacy voorwaarden.