Door: Redactie - 9 oktober 2026 |
VBI brengt met het Granab HVS een nieuw vloersysteem naar de Nederlandse appartementenbouw: een kanaalplaat als draagconstructie met daarboven een droge, akoestisch ontkoppelde opbouwvloer. De techniek is in Scandinavie al tientallen jaren bewezen en moet Nederlandse bouwers helpen sneller, droger en met minder materiaal te werken. Volgens VBI is de markt er klaar voor, nu personeelstekort en strengere CO2-eisen de traditionele bouwmethode onder druk zetten.
Appartementen vormen inmiddels meer dan de helft van de nieuwbouwwoningen in Nederland, en net daar lopen industrialisatie en verduurzaming nog achter. Loodgieter, elektricien, stukadoor en tegelzetter werken bij traditionele afbouw vaak na elkaar in dezelfde kleine ruimte. Een nieuw vloersysteem dat die volgorde doorbreekt, levert dan ook meteen tijdwinst op de bouwplaats op.
Bij het VBI-Granab HVS wordt de afbouw grotendeels droog en vooraf voorbereid. Wat eerst natte, opeenvolgende klussen waren, wordt nu een gestandaardiseerd montageproces met kleine, gespecialiseerde ploegen. Dat scheelt wachttijd op de bouwplaats en maakt het vloersysteem minder afhankelijk van beschikbare vakmensen op het juiste moment. Voor bouwbedrijven die worstelen met personeelstekort is dat een directe besparing, niet alleen een theoretisch voordeel.
Op de kanaalplaat komt een opbouwvloer die te vergelijken is met een computervloer: stalen regels op pootjes met een verend tussenmateriaal. De ruimte daaronder vormt een plenum voor leidingwerk en installaties, afgedekt door een dragende deklaag waarop direct de vloerbedekking kan. Er zijn drie varianten, van een standaardappartement met lagetemperatuurverwarming tot woonzorg met een hogere installatiedichtheid. Het vloersysteem kent geen droogtijden, blijft demontabel en laat ook vloerverwarming toe.
Appartementen vragen in Nederland een hoge geluidsisolatie, doorgaans opgelost met extra massa in het vloersysteem. VBI kiest een andere route: de verende ondersteuning ontkoppelt de opbouwvloer van de kanaalplaat, zodat contactgeluid wordt onderbroken in plaats van gedempt door gewicht. Het Zweedse testinstituut RISE heeft de prestaties gecertificeerd, en in combinatie met een gangbare kanaalplaatvloer worden de Nederlandse eisen gehaald bij een flink lager vloergewicht. De bouwer blijft wel verantwoordelijk voor randisolatie en contactvrije aansluitingen; zonder die zorgvuldigheid verdwijnt het akoestische voordeel alsnog.
Omdat de akoestiek uit ontkoppeling komt en niet uit massa, kan de kanaalplaat lichter uitgevoerd worden en de fundering navenant. VBI onderbouwt dat met EPD’s per producttype en een CO2-tool waarmee ontwerpers vloervarianten al in de schetsfase vergelijken, passend bij de bredere beweging naar duurzaam bouwen. Ook de kanaalplaat zelf is doorontwikkeld: met een massieve randplaat kunnen balkons droog en demontabel gemonteerd worden, en waar wanden de schijfwerking al borgen, kan de druklaag vervallen. Net als bij prefab beton elders in de sector verschuift hier werk van de bouwplaats naar de voorbereiding.
VBI vervangt de bestaande appartementenvloer met vooraf aangebrachte sleuven niet, maar zet het Granab HVS ernaast als tweede volwaardig vloersysteem. De keuze hangt af van het type appartement, het installatieconcept, de verdiepingshoog en de ambitie van de opdrachtgever op het vlak van aanpasbaarheid. Elk vloersysteem vraagt wel om vroege beslissingen: stramien en installatieconcept moeten al in het schetsontwerp vastliggen, anders gaat het voordeel van de droge bouwwijze alsnog verloren.