Door: Redactie - 25 september 2026 |
Het kabinet maakt met Prinsjesdag bijna een miljard euro vrij om binnenstedelijke woningbouwontwikkeling los te trekken. Met zo’n 940 miljoen euro extra wil het Rijk de obstakels wegnemen die het bouwen van woningen op stedelijke locaties nu vertragen. Het geld is bedoeld om ruimte te maken, bijvoorbeeld door bedrijven uit te kopen of hinderlijke functies te verplaatsen. Bouwers en gemeenten kijken reikhalzend uit naar de details.
Volgens Haagse bronnen staat het bedrag in de begrotingsstukken die op Prinsjesdag naar buiten komen. Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wil met de extra middelen de binnenstedelijke woningbouwontwikkeling versnellen op de 26 plekken die het kabinet heeft aangewezen als Nationaal Grootschalige Woonlocaties. Op die plekken moet de komende jaren een fors deel van de nieuwe woningbouw landen. Het geld gaat niet naar stenen, maar naar het vrijspelen van grond. Daarmee kiest het kabinet nadrukkelijk voor bouwen binnen de bestaande stad, in plaats van nieuwe uitleglocaties aan de rand.
In de praktijk betekent dat vaak taaie dossiers. Veel aangewezen gebieden zijn nu nog in gebruik door bedrijven of lichte industrie, met versnipperd grondbezit en talloze partijen die mee moeten werken. Juist daar strandt binnenstedelijke woningbouwontwikkeling het vaakst, omdat niemand alleen de rekening voor het uitplaatsen kan dragen. Een gemeente die één bedrijf wil verplaatsen, loopt al snel aan tegen taxaties, bezwaren en jarenlange onderhandelingen. Een rijksbijdrage kan die impasse doorbreken.
De 26 gebieden liggen vooral in regio’s met de grootste druk op de woningmarkt. Denk aan verouderde bedrijventerreinen, oude havengebieden en plekken waar een afvalstation of een groothandel de bouwplannen in de weg zit. Het fonds moet gemeenten helpen om alternatieve plekken te vinden voor die functies, zodat de grond vrijkomt en er ruimte ontstaat voor grootschalige nieuwbouw. Zonder die verhuizing van bestaande bedrijvigheid blijven de plannen vooral tekeningen op papier. Samen zijn de locaties goed voor honderdduizenden woningen tot 2035, een aanzienlijk deel van de landelijke opgave.
De aanpak sluit aan op de bredere wet- en regelgeving rond bouwen en ruimtelijke ordening. Het kabinet zet in op meer regie vanuit het Rijk, omdat losse gemeenten de complexe binnenstedelijke woningbouwontwikkeling niet altijd zelfstandig rondkrijgen. Tegelijk waarschuwen deskundigen dat geld alleen niet genoeg is. Zonder snellere procedures en voldoende ambtenaren blijft binnenstedelijke woningbouwontwikkeling een kwestie van lange adem, ook met een gevulde pot. Vergunningen, milieuregels en netcongestie zorgen op veel plekken nog altijd voor vertraging.
Voor aannemers en projectontwikkelaars is vooral de vraag hoe snel het geld op de grond terechtkomt. De pot is nadrukkelijk bedoeld voor voorbereiding, dus voor het uitkopen, verplaatsen en schoonmaken dat aan de bouw voorafgaat. Als dat lukt, kan binnenstedelijke woningbouwontwikkeling in de aangewezen gebieden merkbaar versnellen en komt de landelijke bouwopgave weer een stap dichterbij. Bedrijven die nu al in deze gebieden actief zijn, doen er goed aan de plannen op de voet te volgen. Meer duidelijkheid volgt zodra de volledige begroting openbaar is. Voor de sector is de richting in elk geval helder: de nadruk ligt op bouwen binnen bestaand stedelijk gebied, en veel minder in de weilanden.