Door: Redactie - 30 januari 2026 |
De duurzaamheid van woningen in Nederland hangt veel meer af van de locatie en de bebouwingsdichtheid dan van energiegebruik of bouwmaterialen. Dat blijkt uit een recente wetenschappelijke analyse van de CO2-voetafdruk van de Nederlandse woningmarkt. Zonder een flinke verandering in aanpak is het CO2-budget voor de woningsector al in 2033 volledig uitgeput. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam wijzen op de enorme impact van buitenstedelijk bouwen en autogebruik op de uitstoot, en pleiten voor een andere kijk op woningbouw.
Een woning bouwen die weinig uitstoot veroorzaakt, gaat niet alleen over isolatie of zonnepanelen. Volgens onderzoeker Cody Hochstenbach van de UvA is de plek waar je bouwt veel belangrijker. Zijn team analyseerde de CO2-uitstoot van de Nederlandse woningmarkt en ontdekte dat locatie en dichtheid een grotere rol spelen dan materialen of energie.
De studie toont aan dat autogebruik de grootste bron van vervuiling is. Dit geldt voor alle soorten woningen en inkomensgroepen. Zelfs als energiegebruik volledig naar nul gaat, blijft de uitstoot door auto’s een groot probleem.
De keuze voor buitenstedelijk bouwen heeft een flinke impact op de duurzaamheid van nieuwe wijken. Woningen in gebieden met lage dichtheid leiden tot meer bouwmateriaal– en energiegebruik. Daarnaast stimuleert buitenstedelijk bouwen het gebruik van de auto, omdat bewoners vaak geen alternatief hebben.
Onderzoekers wijzen erop dat een binnenstedelijke woning, zelfs met mindere isolatie, vaak minder uitstoot veroorzaakt. Dit komt door de nabijheid van voorzieningen en betere opties voor lopen of fietsen.
Mensen met hogere inkomens hebben vaak een grotere CO2-voetafdruk, ondanks investeringen in duurzame technieken. Ze wonen vaker in grotere huizen op plekken met lage dichtheid. Dit leidt tot meer autogebruik en een hogere uitstoot, zelfs met warmtepompen of zonnepanelen.
De analyse laat zien dat locatiekeuze zwaarder weegt dan persoonlijke verduurzamingsmaatregelen. Een huis in de stad blijft vaak een betere keuze voor het milieu.
Er is in Nederland steeds meer interesse in buitenstedelijk bouwen op grote locaties. Maar volgens Hochstenbach verandert de aanwezigheid van goed openbaar vervoer weinig aan de uitstoot. Veel bewoners kiezen toch voor de auto, zeker buiten de stad.
Binnenstedelijk wonen biedt meer opties zoals fietsen of lopen. Buiten de stad zijn mensen vaak afhankelijk van hun wagen. Dit maakt buitenstedelijk bouwen minder duurzaam, zelfs met extra ov-voorzieningen.
Het Rijk kijkt steeds meer naar het beter benutten van de huidige woningvoorraad. Hochstenbach ziet dit als een positieve ontwikkeling. Door bestaande huizen efficiënter te gebruiken, kan het aantal reisbewegingen omlaag. Dit helpt de uitstoot te verminderen.
In plaats van steeds nieuwe wijken in weilanden te bouwen, pleit hij voor slimmere oplossingen. Dit kan bijvoorbeeld door leegstaande panden te transformeren of verdichting in steden toe te passen.
Het onderzoek wil niet zeggen dat materialen of energie er niet toe doen. Volgens Hochstenbach moeten alle factoren worden aangepakt om doelen te halen. Locatie en mobiliteit spelen echter een hele grote rol in de totale uitstoot.
De keuzes die nu gemaakt worden, hebben langdurige gevolgen. Het is daarom belangrijk om goed na te denken over waar en hoe we bouwen in de toekomst.
De trend van buitenstedelijk bouwen blijft een struikelblok voor duurzaamheid. Nieuwe wijken buiten de stad lijken aantrekkelijk, maar dragen flink bij aan de CO2-uitstoot. Onderzoekers hopen dat beleidsmakers deze inzichten meenemen in hun plannen.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.