Door: Redactie - 11 september 2026 |
Teruggewonnen cellulose uit rioolwater krijgt een tweede leven als circulaire gevel. Op rioolwaterzuivering De Meern van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden bekleedt cellulose uit wc-papier voortaan het eigen bedrijfsgebouw. Het waterschap laat zo zien dat afvalwater een bron van hoogwaardig bouwmateriaal kan zijn.
De gevelpanelen van RWZI De Meern bestaan uit houtvezels die rioolzuivering Leidsche Rijn uit het afvalwater terugwint. Die vezels, afkomstig uit weggespoeld toiletpapier, vormen na bewerking een sterke en isolerende buitenschil. RWZI Leidsche Rijn is naar eigen zeggen de eerste zuivering ter wereld die op grote schaal cellulose terugwint. Voor de gevel van 200 vierkante meter gebruikte het waterschap het materiaal uit ongeveer 2.000 rollen wc-papier, samen goed voor een volledige buitenschil van een fors bedrijfspand. Wat normaal in het zuiveringsslib verdwijnt, hangt nu zichtbaar aan de gevel als visitekaartje voor hergebruik.
Het is de eerste keer dat een waterschap teruggewonnen cellulose als bouwmateriaal voor een eigen pand toepast. De panelen ontwikkelde het samen met materiaalbedrijf NPSP, dat eerder biobased panelen leverde bij Waternet, en met een architect. Dat leverde een product op dat niet inlevert op kwaliteit of uitstraling. Achter het project stonden twee collega’s die elkaar aanvulden: projectleider Albert van Manen bracht het idee en het budget rond, ook toen er interne scepsis was over kosten en uitstraling, en specialist Michael van Pelt vertaalde de duurzame ambities naar uitvoerbare details en zocht met de aannemer naar oplossingen toen ontwerpkeuzes lastig bleken. Voor iedereen die werkt aan duurzaam bouwen is dat een helder signaal: een reststroom hoeft geen goedkoop noodverband te zijn, maar kan uitgroeien tot een van de volwaardige circulaire bouwmaterialen waar de sector om vraagt.
De milieuwinst is fors. Volgens het waterschap bespaart de gevel ongeveer 10 ton CO2, zo’n 75 procent minder dan een muur van baksteen en vergelijkbaar met het behoud van tien bomen. Het lichte gewicht maakt bovendien extra bouwlagen op bestaande panden mogelijk zonder zware constructieve ingrepen. Ook drinkwaterbedrijven profiteren, want calciet uit de drinkwaterproductie zit mee verwerkt in de panelen. De keuze paste in een bestuurlijk vastgestelde ambitie om gebouwen gasloos te maken en de CO2-uitstoot terug te dringen met biobased materialen in plaats van staal en baksteen. Zo passen de reststromen van twee sectoren in een bredere circulaire economie, waarin grondstoffen niet langer verloren gaan.
De toepassing blijft niet bij die ene gevel. Cellulose laat zich volgens de betrokkenen ook verwerken in wandtegels, bureaubladen en dakpannen, terwijl de geveltegels demontabel zijn ontworpen voor hergebruik op andere gebouwen. Het materiaal is schaalbaar, modulair en vorm- en kleurvrij, wat architecten veel vrijheid geeft. Om het idee te laten landen bouwde het waterschap eerst een proefgevel, die montage, uitstraling en potentie liet zien en intern draagvlak creëerde. Binnen de gevelindustrie groeit de belangstelling voor zulke circulaire oplossingen, zeker nu de overheid de milieueisen voor gebouwen vanaf juli 2026 verder aanscherpt.
Het project in De Meern is inmiddels afgerond, en HDSR concludeert dat teruggewonnen cellulose als hoogwaardig bouwmateriaal maakbaar,haalbaar en betaalbaar is. Nu wil het waterschap de opgedane kennis delen met andere waterschappen en drinkwaterbedrijven; het eerste geïnteresseerde waterschap heeft zich al gemeld. Op basis van het concept ontwerpt HDSR alvast een nieuw pand op gemaal De Pleyt.
De aanpak draagt volgens het waterschap ook bij aan weerbaarheid, doordat de bouw minder afhankelijk wordt van fossiele grondstoffen. Voor aannemers en ontwikkelaars sluit die aanpak aan bij de nationale ambitie voor circulair bouwen, waarin het kabinet streeft naar een volledig circulaire bouweconomie in 2050. Een bedrijfsgebouw van cellulose naast een zuivering zet daarbij aan tot nadenken over afvalwater als grondstof.