Door: Redactie - 14 januari 2026 |
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat staat voor een enorme uitdaging: Nederland bereikbaar houden met steeds minder financiële middelen. Vandaag presenteren minister Robert Tieman en staatssecretaris Thierry Aartsen de uitkomsten van het recente overleg over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Ondanks de financiële tekorten en andere beperkingen zijn er enkele positieve stappen gezet, al blijven grote nieuwe projecten uit. De focus ligt vooral op onderhoud en kleine verbeteringen, terwijl de toekomst van onze mobiliteit onder druk staat door groeiende vraag en krimpende budgetten.
Tijdens de recente overleggen tussen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten zijn afspraken gemaakt over investeringen in infrastructuur. Helaas konden geen grote nieuwe aanlegprojecten worden gestart binnen het MIRT-raamwerk. De reden hiervoor is simpel: steeds meer geld gaat naar onderhoud en vernieuwing van bestaande wegen, spoorlijnen en waterwegen. Daarnaast kampen lopende projecten met forse tegenvallers door inflatie en een krappe arbeidsmarkt.
Het gevolg is dat de bereikbaarheid van Nederland verder onder druk komt te staan. Als onderhoud niet goed wordt uitgevoerd, dreigen storingen en afsluitingen. Vorig jaar werd door de Rekenkamer al becijferd dat het tekort voor onderhoud enorm is, met een schatting van ruim 36 miljard euro voor Rijkswaterstaat en ProRail samen.
Desondanks is er ruimte gevonden voor kleinere maatregelen. Zo wordt 280 miljoen euro geïnvesteerd in de verbetering van doorstroming op snelwegen. Denk hierbij aan het aanpakken van afritten, het ongelijkvloers maken van aansluitingen en het verbeteren van kruispunten. Specifiek gaat 17 miljoen euro naar een fly-over bij verkeersplein Gieten en 19 miljoen naar een veiligere afrit bij de A2 in Maastricht.
Deze maatregelen lijken misschien bescheiden, maar ze kunnen lokaal een groot verschil maken. Het Rijk hoopt zo de ergste knelpunten aan te pakken, ook al blijft de vraag naar meer mobiliteit groeien.
Voor enkele regio’s zijn concrete stappen gezet binnen het MIRT-programma. Zo start een verkenning voor de A27 tussen Zeewolde en Eemnes, een project dat eerder werd stilgelegd door geldgebrek en stikstofproblemen. Ook wordt gekeken naar een herstart van de A6 tussen Almere Oostvaarders en Lelystad. Beide projecten moeten de bereikbaarheid van Flevoland verbeteren en woningbouw ondersteunen.
Daarnaast begint een studie naar de N33 Noord, tussen Appingedam en Eemshaven, met een budget van 252,5 miljoen euro. Hierbij wordt gekeken naar verbreding van de weg en betere oeververbindingen. Ook de verdubbeling van de N33 Midden staat weer op de agenda, een project dat eerder werd gepauzeerd.
Het Rijk en regio’s zetten ook in op duurzamere vormen van transport. De Modal Shift Regeling wordt verlengd met een extra 9 miljoen euro. Hiermee worden bedrijven gestimuleerd om goederen van de weg naar spoor of binnenvaart te verplaatsen. Verder komt er 30 miljoen euro voor het Verdeelcentrum Kijfhoek en 43 miljoen euro voor extra truckparkings langs goederencorridors.
Deze investeringen moeten de druk op de wegen verminderen. Het is een kleine stap richting een duurzamer transportsysteem, al blijft de vraag of dit genoeg is om de groeiende mobiliteitsbehoefte op te vangen.
De Afsluitdijk blijft een aandachtspunt. Uit onderzoek van Rijkswaterstaat blijkt dat het renoveren van de spuimiddelen bij Den Oever en Kornwerderzand te riskant en kostbaar is. Door klimaatverandering en zeespiegelstijging zijn deze middelen niet toekomstbestendig. Voorlopig wordt onderhoud voortgezet, terwijl naar andere oplossingen wordt gezocht.
Voor fietsers is er beter nieuws. Na afronding van de huidige werkzaamheden komen er tijdelijke fietsbruggen bij Den Oever en Kornwerderzand. Vanaf 2027 moet het weer mogelijk zijn om de hele 32 kilometer van de Afsluitdijk per fiets af te leggen.
In Den Bosch wordt 105,9 miljoen euro geïnvesteerd in het stationsgebied. Dit geld gaat naar meer capaciteit op het station, een nieuw busstation en bredere perrons. Rondom het station komen tot 2034 veel nieuwe woningen, en deze verbeteringen moeten dat mogelijk maken.
In Eindhoven wordt gewerkt aan een versnelde ontsluiting van de noordwestelijke kant. Ook de bus op de vluchtstrook op de A2 en A50 krijgt prioriteit, met realisatie in 2026. Het project Eindhoven XL moet het station verder verbeteren met een nieuw gebouw en een verdiept busstation.
Bijna 100 miljoen euro gaat naar de Veluwelijn. Door treinen bij Harderwijk te laten keren en extra overwegmaatregelen te nemen, kunnen meer treinen rijden tussen Amersfoort en Harderwijk. Dit moet woningbouw in de regio ondersteunen. Voor de Lelylijn komt gezant Klaas Knot binnenkort met een advies over financiering, waarbij minimaal 14,5 miljard euro nodig is.
Voor de OV-verbinding tussen Amsterdam en Haarlemmermeer wordt gezocht naar financiering. Deze bovengrondse metro vergt tussen de 4 en 7 miljard euro. Vanaf 2039 is jaarlijks 200 miljoen euro gereserveerd, al moet een nieuw kabinet hierover beslissen.
Daarnaast investeren Rijk en regio 1,8 miljard euro in de Oude Lijn, tussen Leiden en Dordrecht. Stations als Leiden Centraal en Schiedam Centrum worden aangepakt, en er komt een studie naar meer sprinters per uur. Voor nieuwe stations en spoorverdubbeling is nog eens 2 miljard euro nodig.
Vorig jaar maakte het kabinet bekend dat 3,4 miljard euro beschikbaar komt voor woningbouw en bereikbaarheid, zoals gemeld op Nieuwsienw. Dit geld gaat naar wegen, fietspaden en tramlijnen om 273.000 nieuwe woningen mogelijk te maken. Projecten zoals de Merwedelijn en het Veluwewaalpad profiteren hiervan, al blijft de vraag of dit voldoende is voor de lange termijn.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.