Door: Redactie - 6 oktober 2026 |
Design Museum Gent heropent zaterdag 3 oktober na vier jaar bouwwerk. De museumrenovatie levert een nieuwe vleugel in de Drabstraat op, ontworpen door Carmody Groarke en ATAMA, terwijl RE-ST de historische gebouwen restaureerde en het masterplan voor de hele site opstelde. Sogent trad namens Stad Gent op als gedelegeerd bouwheer, en Artes Group voerde de bouw uit. Het project verbindt oud en nieuw in één samenhangend museumparcours.
De museumrenovatie in de Drabstraat vult een gat dat al decennia openstond. Het museum groeide sinds 1922 stapsgewijs, van het achttiende-eeuwse Hotel De Coninck tot het aangrenzende Huis Leten en de achtervleugel die in 1992 plaatsmaakte voor nieuwbouw naar ontwerp van Willy Verstraete. Een perceel aan de Drabstraat bleef echter onbebouwd, ook al stond het bij eerdere uitbreidingsplannen al op tekentafel. Carmody Groarke en ATAMA vullen die plek nu in met een volume van vijf bouwlagen dat de rooilijn van de straat sluit. De nieuwbouw komt twee verdiepingen boven de kroonlijst van Hotel De Coninck uit, met extra ruimtes die veel licht en uitzicht over de stad bieden. Voor aannemers en werkvoorbereiders is vooral de organisatie van de bouwplaats interessant: deze vorm van museumrenovatie voegt niet alleen vierkante meters toe, maar levert ook de nieuwe hoofdtoegang en circulatiestructuur van het hele complex op. Bezoekers en logistiek stromen voortaan via dit gebouwdeel, waardoor ook Huis Leten voor het eerst volwaardig in het parcours meedraait. Als voorbeeld van utiliteitsbouw laat het project bovendien zien hoe renovatie en nieuwbouw elkaar in een historische binnenstad kunnen versterken. Ney & Partners tekende voor de stabiliteit, Boydens Engineering voor de technieken en Daidalos Peutz voor de akoestiek, drie disciplines die bij zo’n verweven museumrenovatie voortdurend op elkaar moeten afstemmen.
Een centrale rol is weggelegd voor de historische binnentuin van Hotel De Coninck. Achter de historische gevels lag voor de verbouwing nog een bouwvallige zuidgang en een braakliggend terrein. Door de nieuwe vleugel toe te voegen, functioneert de binnenkoer weer als volwaardige tuin en als hart van het museum. Royale zichten op die tuin helpen bezoekers zich door het gebouwenensemble te oriënteren, en dat principe zet zich door in het programma. In de kelder ligt de art-handlingzone, waar het museum een blik achter de schermen biedt. Op het gelijkvloers liggen de Stadskamer met balie en shop, het Forum voor lezingen, het Atelier voor workshops en de Vitrine voor tijdelijke tentoonstellingen. Helemaal bovenaan ligt de Loft, een ruime evenementenruimte met panoramisch uitzicht over Gent. De nieuwbouw stapelt zo tentoonstellen, leren, maken, ontmoeten en debatteren in één verticale reeks ruimtes, wat voor de exploitant een compacte maar veelzijdige plattegrond oplevert. Voor een bouwteam betekent dat een strak planningsschema: elke laag heeft een eigen technische opgave, van klimaatbeheersing in de art-handlingzone tot akoestische scheiding tussen het Forum en de aangrenzende kantoren.
In de smalle Drabstraat moest het museum zich als publieke instelling laten zien zonder de schaal van zijn historische omgeving te negeren. Het antwoord is een compact, lichtgekleurd volume waarvan de gevel verwijst naar de grote Gentse gildehuizen en patriciërswoningen. Brede, diep in de gevel geplaatste openingen tonen op zorgvuldig gekozen plekken wat zich binnen afspeelt. Vanaf de straat herkennen voorbijgangers onder meer de publieke functies op het gelijkvloers en de hoger gelegen ruimtes. Uitgesproken dekstenen en verfijnde detaillering versterken het bijzondere karakter van het gebouw, zonder dat de gevel zijn samenhang met de omliggende historische bebouwing verliest. Ook de materiaalkeuze zoekt nadrukkelijk aansluiting bij de plek: de nieuwe vleugel kreeg een houten draagstructuur en -afwerking, wat het interieur een herkenbare, warme uitstraling geeft die contrasteert met de stenen gevel. Voor de uitvoerende partijen lag de uitdaging vooral in de precisie: elke opening moest exact op maat passen tussen de bestaande gevels van Hotel De Coninck en Huis Leten, zonder dat er noemenswaardige marge overbleef.
Voor de gevel gebruikten de bouwpartners meer dan 82.000 Gent Waste Bricks. Die kalkgeharde bouwstenen bevatten lokaal bouwafval en komen uit een productielijn die BC Materials op Het Arsenaal in Gent inrichtte, nog geen vier kilometer van de bouwplaats. Het bedrijf perst en droogt de stenen in plaats van ze in een oven te bakken, waardoor de milieu-impact van deze museumrenovatie flink daalt. Meer over de productie van de Gent Waste Brick staat op de site van Sogent, dat namens de stad als bouwheer optrad. Het formaat van de baksteen verwijst naar die van het achttiende-eeuwse Hotel De Coninck, en de lichte kleur sluit aan bij de historische panden in de Drabstraat. Voor bouwbedrijven die zelf circulaire materialen overwegen, toont dit project hoe duurzaam bouwen en het verwerken van sloopafval praktisch samenkomen, en hoe zo’n aanpak past binnen de bredere circulaire economie in de bouwsector. Doordat de stenen niet gebakken worden, ligt de CO2-uitstoot van de gevel van deze museumrenovatie een stuk lager dan bij een klassieke gevelsteen, en dat zonder in te leveren op de herkenbare, warme uitstraling die de opdrachtgever voor ogen had.
De vernieuwing beperkt zich niet tot de nieuwe vleugel. Vanuit zijn pleidooi voor hergebruik en ‘niet-bouwen’ werkte RE-ST mee aan een langetermijnstrategie voor het volledige gebouwenensemble. Het bureau restaureerde historische interieurs en optimaliseerde bestaande ruimtes elders op de site voor hergebruik. Ook de klimaatomstandigheden verbeterden, zodat het museum voortaan internationale collecties onder geschikte condities kan ontvangen. Op langere termijn kunnen bovendien de historische zolders voor de museumwerking dienst gaan doen: deze renovatie zoekt extra ruimte dus niet uitsluitend in nieuwbouw, maar ook in het bestaande patrimonium. Tegelijk is de nieuwe vleugel zo opgevat dat hij zelfstandig kan functioneren, wat past bij de ambitie om Design Museum Gent ook als laagdrempelige ontmoetingsplek te laten werken. De gratis toegankelijke Stadskamer biedt ruimte aan initiatieven uit de stad, los van het museum. Tijdens het openingsweekend van 3 en 4 oktober is het hele museum gratis toegankelijk, met muziek, performances, lezingen en workshops als onderdeel van het programma. Voor de bouwsector is deze museumrenovatie vooral een voorbeeld van hoe een krap stedelijk perceel, een streng monumentenkader en circulaire ambities toch tot een bouwplan kunnen leiden.