Hergebruiksprijs staal: van nichethema naar hoofdprijs

Voor het eerst in de geschiedenis van de Nationale Staalprijs koos de jury niet voor één, maar voor twee winnaars van de Hergebruiksprijs Staal: de gerestaureerde stationskappen van Leeuwarden en Groningen. Terwijl de glanzende Tornado op Museum Fenix de hoofdprijs in de categorie utiliteitsbouw won, ging de meeste lof van de jury naar twee stille renovatieprojecten.

Vier winnaars en een unieke dubbelslag

Tijdens de Staalbouwdag op donderdag 8 oktober in het AFAS Theater in Leusden maakte een vakjury onder leiding van architect Thijs Asselbergs de winnaars van de Nationale Staalprijs 2026 bekend. In totaal dongen 51 projecten mee, verdeeld over de categorieën utiliteitsbouw, industriebouw, woningbouw en karakteristieke stalen bouwdelen. De hoofdprijzen gingen naar Tornado, de glimmende uitbouw van Museum Fenix in Rotterdam (utiliteitsbouw), Milieupark De HER in Rotterdam (industriebouw), woongebouw KAAP in Amsterdam (woningbouw) en Busstation Kronenburg in Arnhem (karakteristieke stalen bouwdelen). Over De HER schreef de jury dat het gebouw functioneert als een soort donorskelet, een casco dat op elk moment een andere invulling kan krijgen, en daarmee garant staat voor een langere levensduur dan een traditioneel bedrijfspand. Over Kronenburg oordeelde de jury unaniem: de golvende, blauwe kap van het busstation valt op vanuit elke invalshoek en toont hoe datzelfde materiaal net zo goed een frivole vorm kan krijgen.

Naast die vier categorieprijzen bestaat de Hergebruiksprijs Staal, een categorie-overstijgende onderscheiding voor projecten die uitblinken in het hergebruik van bestaand staal. Van de 51 inzendingen deden er 18 een gooi naar deze prijs, bijna een derde van het totale deelnemersveld en meer dan het aantal inzendingen in de categorieën industriebouw en woningbouw samen. Voor het eerst koos de jury niet voor één winnaar, maar voor twee: de gerenoveerde kappen van station Leeuwarden en de gerestaureerde perronkappen van station Groningen, beide opdrachten van ProRail.

Van nichethema naar Hergebruiksprijs

Dat de hergebruikscategorie zoveel inzendingen trekt en nu voor het eerst een dubbele winnaar oplevert, past in een bredere beweging binnen de staalbouwsector. Onder de naam Bouwakkoord Staal werkt een consortium van opdrachtgevers, architecten, constructeurs en staalbouwers aan wat zij een circulaire staalbouweconomie noemen, met hergebruik van staal uit bestaande gebouwen als een van de vier speerpunten. De roadmap van dat ketendoorbraakproject loopt tot 2030 en staat onder regie van hoogleraar Jacqueline Cramer.

De sector zet die ambitie ook zichtbaar om in praktijkvoorbeelden. In juni 2026 lanceerde het Bouwakkoord Staal het platform hergebruik-staal.nl, met onder meer het Circulair Paviljoen KAAP in Amsterdam en een parkeergarage in Utrecht die volledig is opgebouwd uit tweedehands staalconstructies. De onderliggende rekenkundige onderbouwing komt van het Ketenoverleg Duurzame Metaalbouw: volgens een analyse van ingenieursbureau LBP SIGHT kan de inzet van 75 procent hergebruikt staal de CO2 uitstoot van staalbouw met ongeveer 50 procent verlagen. Voorzitter Henk Reijnders noemde dat eerder al de kern van de opgave: niet langer recyclen tot grondstof, maar rechtstreeks herplaatsen.

Daarmee verschuift de aandacht geleidelijk van recycling naar directe herplaatsing. Het Nederlandse staal wordt al decennialang vrijwel volledig gerecycled tot nieuwe grondstof, met percentages van 90 tot 95 procent, maar dat telt op de zogenoemde R-ladder lager dan het rechtstreeks hergebruiken van bestaande balken, kolommen en gevelpanelen. Om die stap te vergemakkelijken wordt binnen het Bouwakkoord Staal ook gewerkt aan een breder gebruik van het materiaalpaspoort, een digitaal document waarin de herkomst en kwaliteit van staalelementen worden vastgelegd zodat een volgende gebruiker niet van nul af aan moet keuren.

Het ongemak bij Fenix

Hoe groot het contrast is, blijkt uit het eigen juryrapport over de winnaar in de categorie utiliteitsbouw. Over de Tornado van Museum Fenix schreef de jury open over haar twijfels: “Er zijn heftige discussies in de jury gevoerd over het nut en de noodzaak van een stalen krul boven op een antieke loods. Zoveel staal, zoveel investering in tijd, geld en energie, is dat in de huidige tijd nog wel te verantwoorden?” Het antwoord viel uiteindelijk positief uit, vanwege de technische kwaliteit en de grotendeels Nederlandse productie, maar de vraag werd niet weggepoetst.

Bij de stationskappen van Leeuwarden en Groningen ontbrak die aarzeling. De jury schreef zonder voorbehoud over “vakmanschap” en “zorgvuldigheid” en prees de wijze waarop de kappen zijn gedemonteerd, gerestaureerd en opnieuw ingezet, “met respect en zonder zichtbare compromissen”. Twee vormen van waardering voor staal bestaan dus naast elkaar binnen hetzelfde juryoordeel: de ene voor een gedurfde, materiaalintensieve nieuwbouw die de grenzen van het vak opzoekt, de andere voor een sobere ingreep die net zoveel techniek vergt maar nauwelijks nieuw materiaal.

Vakmanschap dat verder reikt dan de prijs

Achter de twee hergebruikswinnaars gaat precisiewerk schuil. Voor Leeuwarden werkten Movares Smart Urban Engineering en StudioSK aan het ontwerp, terwijl Anton Rail en Infra de uitvoering verzorgde en Staalcon samen met Dekens Metaalgieterijen de staalconstructie voor haar rekening nam. Groningen kende een vergelijkbare aanpak, met Movares en architect Koen van Velsen aan het ontwerp en Anton Constructiewerken en Dekens Metaalgieterijen aan de uitvoering. Beide projecten vroegen om het zorgvuldig loshalen van monumentale kappen, restauratie van de oorspronkelijke onderdelen en herplaatsing zonder de historische uitstraling te verliezen.

Wat deze aanpak bijzonder maakt, is het publieksbereik. Waar veel bekroonde staalprojecten een beperkt publiek bereiken, lopen dagelijks duizenden treinreizigers onder de gerestaureerde kappen door. De jury sprak dan ook gericht haar waardering uit richting opdrachtgevers NS en ProRail voor de manier waarop zij met bestaand vastgoed omgaan. Voor de bredere renovatie en infrasector is dat een concreet voorbeeld: hergebruik op deze schaal is mogelijk, mits opdrachtgever en uitvoerende partijen bereid zijn tijd en budget te steken in demontage en restauratie in plaats van sloop en nieuwbouw.

Bij Leeuwarden kwam daar nog een complicatie bij: de kappen moesten tijdens de werkzaamheden aan het spoor in gebruik blijven, zodat demontage en restauratie in fases plaatsvonden terwijl treinen en reizigers onder de constructie door bleven gaan. Bij Groningen voegde architect Koen van Velsen een eigen laag toe aan het bestaande casco, met nieuwe kleurkeuzes, daglicht en een dwarskap die de oude elementen een eigentijdse uitstraling geven zonder het historische silhouet te verdringen. Die combinatie van behoud en vernieuwing is precies waar de jury op doelde met haar oordeel dat beide projecten zonder zichtbare compromissen tot stand zijn gekomen.

Grenzen van het symbool

Toch verdient de uitslag ook een kritische lezing. Van de 51 inzendingen streden er 33 in de vier reguliere categorieën, projecten die doorgaans op nieuw staal zijn gebaseerd. De 18 inzendingen voor de Hergebruiksprijs vormen een aanzienlijk aandeel, maar nog geen meerderheid. Een dubbele winnaar is bovendien een uitzonderlijke uitkomst in een jaar met een opvallend sterk hergebruiksveld, niet automatisch het bewijs dat hergebruik inmiddels de norm is geworden in de sector als geheel.

Ook op het gebied van regelgeving is het werk niet klaar. Reijnders wees er eerder op dat hergebruikt staal nog altijd een nieuwe CE keuring moet doorstaan voordat het opnieuw mag worden toegepast, een procedure die volgens hem te complex is voor grootschalige opschaling. Zolang die keuringslast niet eenvoudiger wordt en de roadmap van het Bouwakkoord Staal nog tot 2030 loopt, blijft hergebruik een kwestie van koplopers met de juiste expertise en een welwillende opdrachtgever, eerder dan een vanzelfsprekende keuze voor elk bouwproject.

De dubbele Hergebruiksprijs voor Leeuwarden en Groningen is in die zin vooral een signaal, geen eindstation. Het toont dat de vakjury, en daarmee de smaakmakers van de sector, hergebruik inmiddels op gelijke voet durven te zetten met de meest spectaculaire nieuwbouw. Maar achttien van de 51 inzendingen voor de hergebruikscategorie, tegen de achtergrond van een sectorbrede transitieagenda die nog jaren moet lopen, wijst ook op een kloof tussen erkenning en praktijk. Of 2026 wordt herinnerd als het jaar waarin hergebruik van staal werkelijk hoofdstroom werd, of als een vroege markering in een nog onaffe transitie, hangt af van wat er de komende jaren gebeurt rond certificering en opschaling. Voor nu staan de stationskappen van Leeuwarden en Groningen vooral voor wat mogelijk is, nog niet voor wat gewoon is.

Avatar foto

Redactie

Dit nieuws is samengesteld door de redactie van BouwNieuwsVandaag.
Lees meer van: Redactie


Digitale Nieuwsbrief

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEVEN EN BLIJF OP DE HOOGTE VAN AL HET BOUW NIEUWS!

MAANDAG: EVENTS OVERZICHT
VRIJDAG: NIEUWS OVERZICHT

Door jouw inschrijving voor de nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacy voorwaarden.