Door: Erik de Jong - 19 juni 2026 |
Terwijl het kabinet-Jetten intern strijdt over normen en bufferzones voor een mogelijk stikstofpakket, liggen in Nederland 244.000 geplande woningen stil. In vier provincies zijn de vergunningsloketten dicht, de economische schade loopt richting de honderd miljard euro, en aannemers staren naar een politiek systeem dat er niet in slaagt een doorbraak te forceren. De bouwsector betaalt de rekening voor een conflict dat zij niet heeft veroorzaakt.
Het stikstofprobleem is niet nieuw, maar de urgentie is dat wel. Eind 2024 zette de Raad van State een streep door intern salderen, de methode waarmee bouwprojecten stikstofgevolgen konden wegstrepen tegen oudere vergunningen op dezelfde locatie. In januari 2025 oordeelde de rechtbank Den Haag dat de overheid meer moet doen om natuurschade in beschermde Natura 2000-gebieden te voorkomen.
Het gevolg was direct voelbaar. In Drenthe, Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant gingen de loketten voor nieuwe bouwvergunningen dicht. Bouwend Nederland bracht samen met Cobouw Bouwberichten in kaart welke woningbouwplannen te dicht bij stikstofgevoelige natuur liggen. De uitkomst: 244.000 van de 631.000 woningen die tot 2030 in de pijplijn zitten, kunnen mogelijk niet worden vergund.
De economische schade is niet abstract. Volgens onderzoek van Bouwend Nederland loopt de Nederlandse economie de komende vijf jaar 93,5 miljard euro aan investeringen mis doordat stikstof de woning- en utiliteitsbouw blokkeert. Dat bedrag, meer dan een volledige jaaromzet van de bouwsector, betreft uitsluitend de woningbouw en utiliteitsbouw. De schade aan infrastructuurprojecten is daarin nog niet meegeteld.
De Algemene Rekenkamer bevestigde in mei 2026 dat de „basis bij de Rijksoverheid niet op orde is” en dat grote doelen uit zicht raken. Het woningtekort groeit, de infrastructuur staat onder druk, de stikstofimpasse duurt voort. Stilstand kost miljarden, concludeerde de Rekenkamer, zonder dat iemand in Den Haag daar directe consequenties aan verbindt.
Voor individuele bouwbedrijven vertaalt dit zich in concrete problemen. Projecten die jarenlang in voorbereiding waren, kunnen niet starten. Personeel dat is aangenomen voor werk dat niet vergund wordt, moet worden doorgeschoven of ontslagen. Toeleveranciers zien orders verdampen. Onderwijl stijgen de materiaalkosten en lopen contracten met onderaannemers af zonder dat er nieuwe opdrachten tegenover staan. De bouwsector, die in de woningcrisis juist harder zou moeten draaien, staat met de handen gebonden langs de zijlijn. En dat terwijl de woningnood in Nederland alleen maar toeneemt: wachtlijsten voor sociale huurwoningen lopen in sommige regio’s op tot meer dan tien jaar.
Het kabinet-Jetten, een minderheidskabinet van D66, CDA en VVD, presenteerde zich bij aantreden als de ploeg die vastgelopen dossiers zou lostrekken. Stikstof stond bovenaan de agenda. Op 26 juni 2026 zou een stikstofpakket worden gepresenteerd dat de vergunningverlening weer op gang moet brengen.
Maar binnen de coalitie botsen de visies. Premier Jetten (D66) dringt aan op snelheid en ambitieuze emissiereductie. Coalitiepartner CDA, onder leiding van Henri Bontenbal, eist zorgvuldigheid boven tempo. „De coalitie laat niet altijd een gelijkluidend geluid horen en dat is niet goed”, gaf Bontenbal zelf toe tegenover EenVandaag. De VVD opereert in de schaduw van beide standpunten.
De concrete twistpunten zijn technisch maar verstrekkend. De GVE-norm, die bepaalt hoeveel dieren een boer per hectare mag houden, raakt direct aan de agrarische sector en daarmee aan het electoraat van CDA en potentiële gedoogpartner BBB. De omvang van bufferzones rond Natura 2000-gebieden bepaalt in welke gemeenten er wel of niet gebouwd kan worden. Elke meter bufferzone meer of minder verschuift het bouwpotentieel van duizenden woningen.
Met 66 zetels in de Tweede Kamer komt de coalitie structureel tien zetels tekort voor een meerderheid. Voor het stikstofpakket is steun van de oppositie onvermijdelijk. Maar de twee meest voor de hand liggende partners, BBB en Progressief Nederland, stellen tegengestelde eisen.
BBB-leider Henk Vermeer was in mei 2026 onverbloemd: als de stikstofplannen hem niet bevallen, wordt het moeilijk de begroting überhaupt te steunen. Jesse Klaver van Progressief Nederland reageerde nuchter: „Als je verregaande stappen wil zetten op stikstof, hoef je niet op de zetels van BBB te rekenen. Dan kom je al snel bij onze zetels uit. Maar die rekensom wordt niet gemaakt door dit kabinet.”
Het kabinet zit daarmee in een klassieke patstelling. Een ambitieus stikstofpakket met stevige emissiereductie kan rekenen op steun van links, maar verliest BBB en mogelijk CDA. Een afgezwakt pakket houdt de coalitie bij elkaar, maar levert juridisch waarschijnlijk te weinig op om vergunningen weer vlot te trekken. En zonder juridisch houdbare maatregelen verandert er voor de bouwsector niets.
Bouwend Nederland presenteerde samen met VNO-NCW, Natuurmonumenten en Natuur & Milieu eind 2024 al een integraal versnellingsplan voor emissiereductie. Dat plan heeft inmiddels steun van Biohuis, NVDE en Energie Nederland. De oplossingsrichtingen liggen op tafel: bronmaatregelen bij landbouw, industrie en bouw zelf.
Maar een plan hebben en een plan uitvoeren zijn in Den Haag twee verschillende dingen. De deadline van 26 juni nadert, en de signalen uit de coalitie wijzen niet op een doorbraak. Politiek commentator Marloes Lemsom constateerde dat het minderheidskabinet te snel is geformeerd, zonder na te denken over hoe meerderheden gevonden moeten worden. „Het optimisme uit de verkiezingscampagne moest worden vastgehouden. En daarbij is het systeem niet goed uitgedacht.”
Voor de bouwsector rest voorlopig een ongemakkelijke waarheid. De technische oplossingen bestaan, de economische noodzaak is becijferd, en de juridische kaders zijn helder. Wat ontbreekt is politieke wil die verder reikt dan partijbelang. Zolang Den Haag verdeeld blijft over normen en zones, blijven de vergunningsloketten dicht, en betaalt de bouw de prijs voor een impasse die zij niet kan doorbreken.