De piek van 99.700 woningen: eenmalig record of nieuw begin?

Nederland bouwt in 2027 naar verwachting 99.700 woningen, dicht tegen het symbolische aantal van 100.000 dat sinds de vroege jaren negentig niet meer werd gehaald. Minister Boekholt-O’Sullivan bracht dat cijfer op 1 juli als goed nieuws naar de Tweede Kamer. Toch komt de scherpste kanttekening van onderzoeksbureau ABF Research zelf: de piek is grotendeels eenmalig. Waarom haalt Nederland juist volgend jaar die grens, en waarom dreigt de productie daarna weer weg te zakken?

Een piek die jaren geleden is gepland

De woningproductie 2027 komt niet uit de lucht vallen. Het aantal van 99.700 woningen is vrijwel volledig het gevolg van de golf aan bouwvergunningen die sinds eind 2023 is afgegeven. Tussen een verleende vergunning en een opgeleverde woning zit gemiddeld zo’n 27 maanden. Die doorlooptijd verklaart waarom de stijging zich pas nu vertaalt in hogere aantallen: ABF verwacht voor 2026 al ongeveer 91.000 woningen, oplopend naar bijna 100.000 een jaar later. De prognose bouwt daarbij op harde gegevens, zoals lopende nieuwbouwplannen, verleende vergunningen en de meest recente bevolkingsprognose van het CBS, en niet op een politieke wens.

Daarmee legt de prognose ook bloot hoe traag de woningbouwcyclus draait. De huizen die volgend jaar de sleutel krijgen, rusten op besluiten, plannen en vergunningen die grotendeels onder de twee vorige kabinetten tot stand kwamen. Het huidige kabinet oogst een resultaat dat elders is gezaaid. Dat maakt de mijlpaal niet minder welkom, maar het plaatst de politieke framing in een ander licht: wie in 2027 de vlag uitsteekt, viert voor een groot deel het beleid van voorgangers. Voor een sector die in jaren van vergunningen, aanbestedingen en opleveringen denkt, is dat een bekende les: het beleid van vandaag toont zich pas over twee tot drie jaar in de cijfers.

Het gemiddelde vertelt een ander verhaal

Achter het ronde getal schuilt een minder rooskleurig gemiddelde. Voor de periode 2026 tot en met 2030 rekent ABF op een bruto productie van ongeveer 93.440 woningen per jaar. Alleen 2027 tikt de grens van 100.000 bijna aan; in de omliggende jaren blijft de teller rond de 93.000 steken en voor 2028 voorziet het bureau zelfs een lichte terugval. Het verschil tussen die 99.700 en het meerjarengemiddelde van ruim 93.000 is precies waar de discussie over houdbaarheid begint. Een enkel jaar boven de grens haalt de krantenkoppen, maar het meerjarencijfer bepaalt of het tekort echt slinkt.

Opvallender nog is dat ABF de verwachte productie lager inschat dan op grond van de beschikbare plannen zou mogen worden aangenomen. Op papier is er ruim voldoende, in de praktijk blijft de oplevering achter. Die kloof tussen plan en steen is de kern van het houdbaarheidsvraagstuk: een enkel topjaar zegt weinig over het structurele tempo dat nodig is om het woningtekort weg te werken. Het woningtekort daalde het afgelopen jaar licht, van 4,8 naar 4,6 procent, maar dat cijfer blijft alleen zakken als de bouw jaar in jaar uit doorproduceert, niet bij een eenmalige uitschieter.

Genoeg plannen, te weinig harde plannen

Op nationaal niveau lijkt de pijplijn gevuld. Uit de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw blijkt dat gemeenten voor de periode 2026 tot en met 2030 een bruto plancapaciteit van 823.400 woningen hebben. Dat is meer dan genoeg om jaarlijks 100.000 huizen te halen, zou je op het eerste gezicht denken.

De nuance zit in het onderscheid tussen zachte en harde plannen. Van die 823.400 woningen is slechts 386.200 als hard plan door de gemeenteraad vastgesteld. De rest bestaat uit voornemens die nog door besluitvorming, bezwaarprocedures en financiering heen moeten, en onderweg kan een deel afvallen of vertragen. Het omzetten van zachte naar harde plancapaciteit wordt daarmee de echte flessenhals. Het Rijk stelt geld beschikbaar voor een expertteam dat gemeenten daarbij ondersteunt, maar of dat snel genoeg gaat, is onzeker. Hier lopen twee lezingen uiteen: de minister wijst op de volle pijplijn als bewijs dat het doel binnen bereik is, terwijl sceptici tegenwerpen dat een plan op papier nog geen woning is en dat juist de laatste stap van goedkeuring naar bouwput de meeste tijd vreet.

De rem zit in de randvoorwaarden

Waar de piek van 2027 leunt op vergunningen uit het verleden, wijst de prognose voor de jaren daarna naar een reeks belemmeringen die de productie afremmen. Sinds begin 2025 daalt het aantal afgegeven bouwvergunningen weer licht, wat zich volgens diezelfde doorlooptijd van 27 maanden pas na 2027 in lagere aantallen zal laten voelen. Daar bovenop komen een oplopende rente, die projecten duurder en risicovoller maakt, en de aanhoudende onzekerheid rond stikstof en netcongestie. Elk van die factoren afzonderlijk kan een project vertragen; samen kunnen ze een reeks plannen tegelijk stilleggen, en dat is precies het risico dat na het topjaar zichtbaar wordt.

Vooral dat laatste weegt zwaar. Zonder aansluiting op het stroomnet kan een wijk niet worden opgeleverd, en de wachtrijen voor netcapaciteit lopen in grote delen van het land op. ABF waarschuwt dat stikstof en netcongestie in de praktijk zwaarder kunnen uitpakken dan nu in de cijfers is verwerkt, waardoor de terugval na 2027 groter kan zijn dan de prognose laat zien. Het kabinet werkt aan beide dossiers, maar dat zijn taaie trajecten zonder snelle oplossing. De randvoorwaarden bepalen zo of het topjaar een uitschieter blijft of het begin van een hoger, houdbaar niveau.

Wat een jojo doet met de bouwketen

Voor de bedrijven die de woningen daadwerkelijk bouwen, is een piek gevolgd door een dip lastiger dan een stabiel gemiddelde. Een topjaar vraagt om extra vakmensen, materieel en onderaannemers; zakt de productie daarna weer weg, dan staat die capaciteit deels stil. Personeel aannemen en later weer laten gaan is duur en kost vakkennis die niet makkelijk terugkomt, zeker in een arbeidsmarkt waar technisch personeel al schaars is.

Juist continuiteit maakt investeren aantrekkelijk. Een bouwer die weet dat er de komende jaren gestaag werk is, durft eerder geld te steken in prefab-fabrieken, opleidingen en industrieel bouwen, de routes die op termijn sneller en goedkoper produceren. Een grillig verloop doet het tegenovergestelde: het beloont voorzichtigheid en remt uitbreiding af, waardoor de sector minder goed in staat is om een volgende piek op te vangen. Voor de keten achter de cijfers is de vraag daarom niet alleen hoeveel woningen er in een enkel jaar bij komen, maar of het tempo voorspelbaar genoeg is om op te bouwen.

Symbolische grens, nog geen structureel niveau

De cijfers laten zich op twee manieren lezen, en beide kloppen. De optimistische lezing wijst op een historische mijlpaal: voor het eerst in ruim dertig jaar komt de 100.000 in zicht, het woningtekort daalt en bij een structureel tempo van 100.000 per jaar kan dat tekort volgens ABF rond 2034 terugzakken naar een gezonde 2 procent. De voorzichtige lezing wijst erop dat 2027 vooral een uitschieter is, gedragen door vergunningen uit het verleden en niet door een duurzaam hoger bouwtempo.

Wie beide perspectieven naast elkaar legt, komt uit op een nuchtere conclusie. De piek is echt en verdient het om gevierd te worden, maar zij is geen bewijs dat Nederland de woningcrisis structureel de baas is. Dat hangt af van wat er na 2027 gebeurt: of zachte plannen hard worden, of het stroomnet op tijd meegroeit en of rente en stikstof niet opnieuw roet in het eten gooien. De symbolische grens halen is een ding. Er jaar na jaar boven blijven is een heel andere opgave, en op die vraag geeft de prognose bewust nog geen antwoord.

Erik de Jong

Erik de Jong

Erik bevindt zich al ruim 18 jaar in de uitgeefwereld. Hij studeerde HEAO Bedrijfseconomie en is betrokken bij de vereniging Bouwen met Staal. In 2024 richtte hij samen met Yuk Chi Kan het online nieuwsplatform BouwNieuwsVandaag op. Momenteel is Erik uitgever bij Bouwnieuwsvandaag.nl, waar hij zijn uitgebreide kennis van online uitgeven, SEO, GEO en AI inzet. Zijn bedrijfseconomische achtergrond en jarenlange betrokkenheid bij vaktechnische uitgeverijen maken hem een inhoudelijk onderbouwde bron binnen het vakgebied van de bouwsector en digitale publicatie.
Lees meer van: Erik de Jong


Digitale Nieuwsbrief

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEVEN EN BLIJF OP DE HOOGTE VAN ALLE ONTWIKKELINGEN IN DE BOUW!

MAANDAG: EVENTS OVERZICHT
VRIJDAG: NIEUWS OVERZICHT

Door jouw inschrijving voor de nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacy voorwaarden.