Door: Erik de Jong - 9 juli 2026 |
De bouw van een compleet nieuw dorp op het laagste punt van Nederland komt dichterbij nu de gemeente Zuidplas en het hoogheemraadschap hun jarenlange ruzie lijken bij te leggen. Toch blijft de vraag hangen die waterdeskundigen hardop stellen: kun je hier wel verstandig bouwen? Voor aannemers, ontwikkelaars en waterbeheerders tekent zich een project af dat technisch haalbaar is, maar dat de grenzen van het redelijke opzoekt.
Het nieuwe dorp Cortelande moet verrijzen in de Zuidplaspolder bij Gouda, op het laagste punt van Nederland, ruim zes meter onder NAP. De weg daarnaartoe verliep allesbehalve soepel. De gemeente Zuidplas en het hoogheemraadschap kwamen zo hard tegenover elkaar te staan dat de zaak tot aan de Raad van State belandde. Twistpunten waren de waterveiligheid, de klimaatbestendigheid en de waterhuishouding. Toenmalig minister Keijzer haalde er zelfs een bemiddelaar bij. Deze week lijkt de strijdbijl begraven: het hoogheemraadschap trekt naar verwachting de beroepsprocedure uit 2024 in, waarover het algemeen bestuur woensdag stemt. Voor de bouwsector is het project daarmee al jaren een graadmeter voor hoe ver we willen gaan met bouwen in kwetsbaar gebied.
Zelfs met een akkoord over de basisvoorwaarden blijft de opgave op het laagste punt van Nederland groot. De bodem is slap en klinkt in, en de kans op wateroverlast is reeel. Het Rijk waarschuwt daar niet voor niets voor: in het beleid dat water en bodem sturend maakt staat zwart op wit dat we niet meer moeten bouwen op plekken die we later nodig hebben om water te bergen, zoals de diepste delen van diepe polders. Cortelande valt precies in die categorie en toch gaat de schop de grond in.
Onderzoeker Floris Boogaard van Deltares vat de twijfel kernachtig samen. “Technisch is alles mogelijk, maar het punt is: is het slim? Is het strategisch?” Zijn antwoord is helder: niet als je er reguliere woningbouw neerzet. Het water wil hier omhoog zegt hij, en op zo’n slappe bodem kan de grond zelfs meebewegen. “We hebben nog nooit zo diep gebouwd, op deze grote schaal”, waarschuwt Boogaard. “Het is fantastisch dat het kán, maar zelf zou ik die grenzen niet opzoeken.” Juist op het laagste punt van Nederland stapelen de risico’s zich op. De bodemdaling kan oplopen tot wel tien meter, terwijl klimaatverandering meer hevige regen en langere droogte brengt. Daardoor kunnen veendijken instabiel worden, wat de kans op overstroming vergroot.
Toch is er ook goed nieuws. Volgens de deskundigen kun je op het laagste punt van Nederland wel degelijk bouwen, mits je ontwerpt voor een klimaat na 2100. Dat vraagt om ander vakwerk dan de standaard rijtjeswoning. Denk aan drijvende woningen op waterberging, amfibische huizen die met het peil meebewegen, of woningen op palen en terpen. Slim waterbeheer wordt daarmee geen sluitpost, maar het vertrekpunt van het ontwerp. Wie het gebied deels als waterberging inricht, verkleint bovendien de kosten en maakt ruimte voor natuur. Al die technieken passen we in Nederland allang toe, alleen zelden op deze diepte en op deze schaal.
In de gemeenteraad van Zuidplas overheerst de ambitie. De 8000 geplande woningen zijn hard nodig, en raadsleden zien de lastige locatie als kans om te bewijzen dat innovatief bouwen werkt. Zij verwachten dat het dorp meer dan een eeuw kan blijven staan, met grote regenbuien als voornaamste risico en niet een doorbrekende dijk. Toch is het tekenend dat de wethouder en het hoogheemraadschap zwijgen tot de intrekking definitief is: een verkeerd woord kan de broze vrede alsnog verstoren. Pas als de handtekeningen staan, durven de partijen weer hardop vooruit te kijken. Voor de bouwsector is Cortelande, op het laagste punt van Nederland, daarmee een testcase waarin ambitie en waterrisico voortdurend botsen. Slaagt het dorp, dan geldt het als bewijs dat we ook onder de zeespiegel verantwoord kunnen bouwen.