Door: Redactie - 1 juli 2026 |
De nieuwste woningbouwprognose laat zien dat Nederland volgend jaar de langverwachte grens van 100.000 nieuwe woningen nadert. Volgens de jongste Primos-prognose van ABF Research — de toonaangevende woningbouwprognose — worden in 2027 bijna 99.700 woningen opgeleverd, waarmee de kabinetsdoelstelling voor het eerst sinds de vroege jaren negentig binnen bereik komt. Voor aannemers, ontwikkelaars en toeleveranciers is dat een duidelijk teken dat de markt na jaren van stagnatie weer op stoom raakt.
De cijfers komen uit een brief van minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de Tweede Kamer. Zij baseert zich op de woningbouwprognose, die rekening houdt met nieuwbouwplannen, verleende bouwvergunningen en de recentste bevolkingsprognose van het CBS. Wordt het aantal van 99.700 opleveringen gehaald, dan draait de bouw voor het eerst in ruim drie decennia op een dergelijk volume. Die woningbouwopgave geldt al jaren als het ijkpunt voor het kabinetsbeleid, en de nieuwe woningbouwprognose laat zien dat het doel niet langer buiten beeld ligt.
ABF verwacht dat het woningtekort de komende jaren stap voor stap afneemt. Het tekort zakte van 4,8 procent in 2025 naar 4,6 procent in 2026. Bij een structurele bouw van 100.000 woningen per jaar kan het tekort volgens de huidige ramingen in 2034 uitkomen op ongeveer 2 procent, wat doorgaans als een gezonde balans op de woningmarkt geldt. Voor 2028 houdt het onderzoeksbureau in de woningbouwprognose wel rekening met een lichte terugval in de woningbouwproductie. De onzekerheid neemt namelijk toe naarmate de prognoses verder vooruitkijken, iets waar planners in hun capaciteitsberekeningen rekening mee houden.
Uit de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw blijkt dat gemeenten genoeg plannen hebben om het bouwtempo op peil te houden. Voor de periode 2026 tot en met 2030 telt de bruto plancapaciteit 823.400 woningen. Daarvan zijn plannen voor 386.200 woningen al door de gemeenteraad vastgesteld; de rest wacht nog op besluitvorming. Die plancapaciteit is het fundament onder de woningbouwprognose. Voor de sector is de voorraad aan nieuwbouw belangrijk, omdat een gevulde pijplijn de kans op stilvallende bouwstromen verkleint. Volgens de minister moeten gemeenten wel voortvarend doorpakken om de plannen tijdig hard te maken.
Voor de bredere bouwkolom is de woningbouwprognose meer dan een cijfer op papier. Een voorspelbaar bouwvolume geeft toeleveranciers, installateurs en constructeurs de ruimte om personeel en materieel te plannen, iets wat na de onstuimige jaren rond 2023 hard nodig is. Tegelijk blijft de haalbaarheid afhangen van factoren buiten de bouwplaats. Netbeheerders worstelen met de aansluiting van nieuwe wijken, en de stikstofruimte bepaalt of vergunningen daadwerkelijk worden verleend. Marktpartijen wijzen er bovendien op dat de betaalbaarheid onder druk staat, doordat bouwkosten en rente de businesscase van veel projecten smal houden.
Het Rijk stelt een expertteam beschikbaar dat gemeenten ondersteunt bij de planvorming. Daarnaast werkt het kabinet aan het wegnemen van knelpunten zoals netcongestie en de stikstofproblematiek, die de bouw nog altijd afremmen. Minister Boekholt-O’Sullivan noemt de woningbouwprognose “goed nieuws voor mensen die op zoek zijn naar een woning”, maar waarschuwt dat de laatste stappen nodig blijven om de verwachte bouwproductie ook echt te halen. Voor bouwbedrijven betekent de woningbouwprognose vooral houvast: de bouw belooft een stabielere stroom aan werk, mits vergunningen en netaansluitingen op tijd rondkomen.