Door: Redactie - 18 juni 2026 |
Na maanden overleg tussen Defensie, het Rijksvastgoedbedrijf en grote bouwbedrijven ligt er een concreet plan voor de grootste vastgoeduitbreiding in de geschiedenis van het Nederlandse leger. Ruim 2,4 miljoen vierkante meter aan defensiebouw moet de komende jaren verrijzen, voor het overgrote deel gestandaardiseerd en industrieel gebouwd. Het eerste raamcontract ter waarde van 200 miljoen euro is al gegund aan Plegt-Vos en Van Wijnen.
De opgave is fors: 1,2 miljoen vierkante meter nieuwbouw en nog eens 1,2 miljoen vierkante meter sloop en vervanging. Tachtig procent daarvan bouwt de markt gestandaardiseerd, met een jaarlijks budget van ruim 2 miljard euro. De defensiebouw richt zich voornamelijk op legeringsgebouwen en kantoren, gebouwtypen die zich goed lenen voor industriële productie. Het doel is de personeelsgroei van 80.000 naar 100.000 medewerkers in 2030 op te vangen. Groeit Defensie daarna door naar 200.000 manschappen, dan komt daar nog eens ruim 2 miljoen vierkante meter bij. Het gaat daarbij niet om de volledige bouwopgave van het leger. Munitiedepots, schietterreinen en landingsbanen vallen buiten dit programma.
Jarenlang bezuinigde het leger op vastgoed. Beschikbare budgetten gingen naar materieel in plaats van gebouwen. “Staal voor stenen” was het devies. Die tijd is voorbij, maakte luitenant-generaal Dick van Ingen duidelijk bij de opening van vastgoedbeurs Provada. De vastgoeduitbreiding van Defensie groeit met een factor vier. Om de defensiebouw te versnellen richtte het Rijksvastgoedbedrijf samen met Defensie de Commandopost Vastgoed op, een publiek-private samenwerking die de bouw en het onderhoud van legervastgoed op peil moet krijgen. Grote bouwers als Ballast Nedam, Van Wijnen, Heijmans, BAM en Dura Vermeer nemen deel. Niet alle opdrachten gaan overigens naar deze partijen; ook andere bouwers kunnen meedingen.
De eerste gestandaardiseerde legeringsgebouwen zijn al gegund. Plegt-Vos en Van Wijnen tekenden raamcontracten voor de bouw van prefab legeringskamers. Met de eerste 2.000 bedden is 200 miljoen euro gemoeid en de totale waarde kan oplopen tot 700 miljoen euro. De eerste units worden dit jaar opgeleverd op de vliegbases Volkel en Leeuwarden. De gunning verliep niet vlekkeloos: bouwers hadden kritiek op de aanbesteding, omdat Defensie de opdracht te gedetaillerd had dichtgetimmerd. Bij industriële defensiebouw moet juist ruimte zijn voor de standaardoplossingen van fabrikanten. “Defensie wilde een maatpak, terwijl we confectiepakken nodig hebben”, aldus commandopostdirecteur Cees van Boven. Volgende aanbestedingen sluiten beter aan bij wat de markt kan leveren.
De gestandaardiseerde defensiebouw kan tegelijk de woningbouwsector helpen. Woningfabrieken die bouwers de afgelopen jaren optuigden, draaien lang niet op volle capaciteit. De defensieopgave kan voor broodnodige vraag zorgen. “Dit gaat echt helpen, het kan een vliegwiel zijn. Alle bouwers hebben nu moeite om hun fabrieken gevuld te krijgen”, zei Carla Rodenburg, COO van BAM, op de Provada. Ook bij de sloop- en vervangingsopgave zetten partijen in op gestandaardiseerde bouw. Dat gebeurde op aandringen van marktpartijen die zich aansloten bij de commandopost. Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf zagen aanvankelijk alleen een rol voor prefab bij nieuwbouw, maar bouwers overtuigden hen dat ook bij renovatie gestandaardiseerd gewerkt kan worden.
Net als bij reguliere bouwprojecten spelen stikstof en netcongestie de defensiebouw parten. “Fysiek is er veel ruimte, zowel op bestaande als nieuwe locaties. Maar stikstof en netcongestie nekken snel bouwen. Dus moeten we nu prioriteiten stellen”, aldus commandopostdirecteur Gerja Koldenhof. Locaties waar wél snel gestart kan worden, krijgen daarom voorrang. Dertig jaar bezuinigen heeft Defensie bovendien niet ingesteld op grote uitgaven. “We moeten meer risico’s accepteren”, aldus Koldenhof. De Commandopost Vastgoed werkt ondertussen aan een dealflow, zodat bouwers weten welke projecten wanneer op de markt komen en daarop kunnen voorsorteren met personeel en materieel. Bang dat de stroom aan defensiebouw opdroogt hoeven ze niet te zijn. “De president van de Verenigde Staten heeft ons wakker geschud. Europa moet zelfstandig zijn. Dit gaat niet weg, dit blijft”, stelde Van Ingen.