Grond genoeg, maar bouwen gebeurt vooral in de bebouwde kom

Het Kadaster bracht recent in kaart wie eigenaar is van de Nederlandse grond en hoeveel ruimte er beschikbaar is voor woningbouw. De uitkomsten zijn verhelderend: Nederland telt genoeg vierkante kilometers, maar de bebouwde kom is de plek waar de komende jaren honderdduizenden woningen bij moeten komen. En juist daar zijn gemeenten verrassend grote grondbezitters.

Kadaster brengt grondeigendom in de bebouwde kom in kaart

Nederland en de Noordzee samen beslaan 49.322 vierkante kilometer, verdeeld over 8,4 miljoen percelen en 4,4 miljoen eigenaren. Het grootste deel van de grond bestaat uit landbouwgrond, gevolgd door water en natuur. De overheid spant de kroon als grootgrondbezitter, op de voet gevolgd door particulieren. Het Kadaster startte dit onderzoek met een duidelijke reden: wie wil weten waar ruimte zit voor woningbouw of nieuwe natuur, moet eerst weten van wie die grond is.

Landbouwgrond lijkt op het eerste gezicht de meeste potentie te bieden. Maar het eigendom is sterk versnipperd over bijna 280.000 eigenaren, waarvan twee derde particulieren. Staatsbosbeheer en andere overheden staan bovenaan de lijst van grootbezitters. Opvallend: verzekeraar ASR duikt ook op als grote eigenaar van agrarische grond. Kerken bezitten zo’n 370 vierkante kilometer, terwijl projectontwikkelaars slechts 70 vierkante kilometer landbouwgrond in handen hebben. Woningcorporaties bungelen onderaan met amper 10 vierkante kilometer buiten de stadsrand.

Binnenstedelijk bouwen als enige realistische optie

De politieke keuze is helder: Nederland zet sterk in op bouwen binnen de stadsgrens. Van de ruim 1,3 miljoen geplande nieuwe woningen gaat 68 procent om binnenstedelijke projecten. In de periode 2020-2024 lag dat aandeel net boven de helft, dus de ambitie neemt duidelijk toe. Toch blijft het de vraag of die binnenstedelijke ruimte werkelijk toereikend is. Alle bebouwde kommen samen vormen slechts 9 procent van het totale Nederlandse grondoppervlak. Binnen die smalle marge moeten de komende decennia de meeste nieuwe wijken, appartementen en gemengde woonmilieus ontstaan.

Van de 8,4 miljoen percelen in Nederland ligt maar liefst 70 procent binnen de grenzen van een gemeente. Het gaat daarbij vaak om woonpercelen van enkele honderden vierkante meters. De dichtheid is hoog, de ruimte schaars. Toch biedt dit ook kansen: wie de juiste grondbezitters aan tafel krijgt, kan sneller schakelen.

Gemeenten domineren grondeigendom in de stad

Het goede nieuws voor woningbouw in de bebouwde kom is dat gemeenten maar liefst 43 procent van de grond binnen de stadsgrens bezitten. Dat geeft hen een stevige positie om regie te voeren op nieuwe ontwikkelingen. Een kanttekening is wel op zijn plaats: een groot deel van die gemeentegrond gaat op aan wegen, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen. Niet elke vierkante meter is zomaar beschikbaar voor woningbouw. Bovendien geven sommige gemeenten, zoals Amsterdam, grond uit in erfpacht in plaats van te verkopen. Dat maakt de situatie complexer dan de cijfers op het eerste oog suggereren.

Woningcorporaties bezitten 220 vierkante kilometer binnen de bebouwde kom, goed voor 5 procent van het totaal. Dat is een behoorlijk aandeel, zeker gezien hun kerntaak op het gebied van sociale huisvesting. Buiten de steden bezit deze sector nog maar weinig grond: slechts 4 procent van hun totale grondbezit ligt buiten de stedelijke omgeving. Dat past bij de verschuiving richting binnenstedelijk bouwen.

Ontwikkelaars en kerken: een verrassende vergelijking

Wie de cijfers nader bekijkt, stuit op een opvallend gegeven: projectontwikkelaars bezitten slechts 20 vierkante kilometer grond binnen de bebouwde kom. Kerken doen het met 30 vierkante kilometer beter. Dat roept vragen op over de positie van marktpartijen in het bouwproces. Als ontwikkelaars zo weinig grond in stedelijk gebied bezitten, zijn zij voor hun projecten volledig afhankelijk van gemeenten, corporaties of particulieren die bereid zijn te verkopen. Dat maakt samenwerking tussen publieke en private partijen in het stedelijk gebied niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk.

De data van het Kadaster laat zien dat de Nederlandse grondsituatie genuanceerder is dan het publieke debat soms doet vermoeden. Er is grond genoeg in Nederland. Maar de grond die telt voor de woningbouwopgave, die binnen de bebouwde kom, ligt grotendeels in handen van partijen die niet primair als bouwer optreden.

Avatar foto

Redactie

Dit nieuws is samengesteld door de redactie van BouwNieuwsVandaag.
Lees meer van: Redactie

Sectoren - Uitgelicht


Digitale Nieuwsbrief

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEVEN EN BLIJF OP DE HOOGTE VAN ALLE ONTWIKKELINGEN IN DE BOUW!

MAANDAG: EVENTS OVERZICHT
VRIJDAG: NIEUWS OVERZICHT

Door jouw inschrijving voor de nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacy voorwaarden.