Door: Redactie - 7 mei 2026 |
Dagelijks verdwijnt er in Nederland enorme hoeveelheden warmte ongebruikt via het riool. Rotterdam pakt dit aan met een innovatieve toepassing van riothermie, waarbij warmte uit afvalwater via een nieuw type warmtewisselaar opnieuw bruikbaar wordt gemaakt. GW Leidingtechniek en de gemeente Rotterdam ontwikkelden samen de Rotterdam Energy Recovery Tube. Een veelbelovende stap richting een warmtevoorziening zonder aardgas.
Afvalwater heeft een eigenschap die veel mensen niet kennen: het is verrassend warm. Ongeveer dertig procent van de energie die een woning binnenkomt, verlaat het huis via de gootsteen of douche. Die restwarmte belandt in het riool en verdwijnt daarna ongebruikt. Riothermie, een vorm van aquathermie, benut precies die warmte als duurzame energiebron. Voor steden als Rotterdam, die volop bezig zijn met de energietransitie, biedt dit perspectief. De stad beheert een uitgebreid stedelijk afvalwatersysteem en ziet in riothermie een concrete manier om woningen en gebouwen van warmte te voorzien zonder gebruik van aardgas.
GW Leidingtechniek, een bedrijf dat ondergrondse leidingwerken ontwerpt, realiseert en renoveert, sprong op dit idee in 2021. Directeur business development Rob Hoogervorst legt uit hoe het begon: “We hadden een trainee met een natuurkundige achtergrond. In diezelfde periode riep de gemeente Rotterdam bedrijven op om mee te denken over duurzame toepassingen. Zo ontstond het idee om te investeren in een warmtewisselaar die warmte uit rioolwater haalt.” Het Rotterdams ingenieursbureau, met 170 jaar ervaring in publieke infrastructuur, sloot zich aan. Projectleider Jaap Peters: “We onderzoeken op meerdere plekken hoe we warmte uit watersystemen kunnen winnen. De samenwerking met GW Leidingtechniek hielp om dit idee verder te ontwikkelen.”
Het resultaat van die samenwerking draagt de naam Rotterdam Energy Recovery Tube, afgekort RERT. Dit nieuwe type warmtewisselaar bestaat uit een double-tube constructie: een gecoate stalen binnenbuis en een buitenbuis van glasvezelversterkte kunststof. De warmte uit het rioolwater gaat over naar een tweede buis met vloeistof, waarna een warmtepomp die energie opwaardeert naar 45 a 55 graden Celsius. In de zomer kan hetzelfde systeem ook koeling leveren. Vergeleken met buitenlandse systemen is de RERT eenvoudiger te installeren en kostenefficienter, wat de haalbaarheid voor brede toepassing vergroot.
De testlocatie voor deze warmteterugwinning uit riolering was een van de grootste en oudste gemalen in het Rotterdamse centrum, aan de Willem Schurmannstraat. Tijdens de renovatie van dit gemaal legde het team een bovengrondse bypass aan, waarin de installatie ruim een jaar lang draaide. Dat jaar was nodig om seizoensinvloeden mee te nemen in de metingen. In maart vond een intensieve meetweek plaats bij een rioolwatertemperatuur van circa 15 graden. Bij een lengte van 36 meter en een diameter van DN800 leverde het systeem een thermisch vermogen tussen de 96 kW en 180 kW. Dat sluit goed aan bij het verwachte bereik van 160 kW tot 250 kW.
De RERT werkt specifiek voor persleidingen, omdat die volledig gevuld zijn met water. Dat levert een hoger thermisch vermogen op dan bij vrijvervalriolering het geval is. Rotterdam beschikt over zo’n vierhonderd kilometer persleidingen. Een groot deel daarvan ligt in de buurt van zwembaden, scholen en ziekenhuizen. Precies die locaties hebben een constante warmtevraag, waardoor warmteterugwinning uit riolering daar goed past. Peters: “De potentie is groot, zeker omdat in nieuwe wijken al laagtemperatuurnetwerken worden aangelegd.” Toch signaleert hij ook openstaande vragen: wie is eigenaar van de warmte in het leidingennet, welke contractvormen passen bij decentrale levering, en hoe beinvloeden energieprijzen de businesscase?
Die vragen verdienen serieuze aandacht. De opschaling van riothermie staat of valt namelijk niet alleen met de techniek, maar ook met een helder juridisch en financieel kader. Gemeenten, netbeheerders en private partijen moeten daarin samen optrekken. Hoogervorst ziet bovendien kansen buiten het rioolstelsel: “Drinkwaterbedrijven hebben te maken met opwarming van leidingen door de drukte in de ondergrond. Onze techniek kan helpen om die warmte af te voeren.”
Na afronding van de pilot richtte GW Leidingtechniek een werkgroep op om zowel de techniek als de organisatie eromheen verder te ontwikkelen. Naast medewerkers van het bedrijf nemen ook publieke opdrachtgevers en Rotterdam Engineering deel aan deze werkgroep. Nieuwe partners zijn welkom, aldus Hoogervorst: “Hoe meer inzicht in het vraagstuk en de technische mogelijkheden, hoe beter de oplossingen worden.” Die openheid is opvallend. In een markt waar kennis vaak zorgvuldig bewaakt wordt, kiest GW Leidingtechniek bewust voor een brede coalitie.
Peters legt de vinger op de menselijke factor achter dit succes: “Voor dit soort ontwikkelingen zijn professionals nodig die intrinsiek gemotiveerd zijn en bereid zijn extra stappen te zetten.” Hoogervorst vult aan dat juist de combinatie van ervaren vakmensen en jonge trainees innovatie versnelt. Die dynamiek lijkt ook in bredere zin het verschil te maken. Riothermie is geen futuristische belofte meer. Rotterdam laat zien dat de techniek werkt, dat de cijfers kloppen en dat opschaling binnen handbereik ligt. De vraag is nu of andere steden dezelfde stap durven te zetten.