Door: Redactie - 8 mei 2026 |
Rijkswaterstaat heeft alle aanvullende duurzaamheidsmaatregelen geschrapt uit het Zuidasdok, een van de grootste infraprojecten van Nederland. Duurzaam beton, elektrisch materieel en een extra duurzame asfaltlaag verdwenen uit de plannen. De besparing: 21 miljoen euro, ofwel 0,4 procent van de totale begroting. Het project bij Station Amsterdam Zuid kampt al jaren met kostenoverschrijdingen en is inmiddels bijna vier keer duurder dan oorspronkelijk begroot.
Het Zuidasdok combineert de verbreding en ondertunneling van de A10 met de vernieuwing van Station Amsterdam Zuid. Rijkswaterstaat, ProRail en de gemeente Amsterdam voeren het project gezamelijk uit. De bouw begon in 2019 en loopt naar verwachting door tot 2037. Het oorspronkelijke budget bedroeg 1,4 miljard euro. Na diverse tegenvallers houdt Rijkswaterstaat nu rekening met een kostenplaatje van 5,4 miljard euro, bijna vier keer zoveel als bij de start. Daar komt mogelijk nog 1,21 miljard bij waarvoor geen dekking bestaat. Dit schrijft FTM (Follow The Money) op haar site.
Bij een verplichte bezuinigingsronde van 70 miljoen euro pakten de drie partijen de duurzaamheidsambities als eerste aan. Duurzaam beton, elektrisch bouwmaterieel en een speciale asfaltlaag werden geschrapt, samen goed voor slechts 21 miljoen. De kostenoverschrijding bij het Zuidasdok kwam niet door duurzaamheidsmaatregelen, maar door inflatie en technische tegenvallers bij de tunnelbouw.
De aanpak van het Zuidasdok staat in schril contrast met de Rottemerentunnel bij de A16 in Rotterdam. Dat vergelijkbare project had energieneutraliteit vanaf het begin als doel. Het energieverbruik van de tunnelinstallaties is tot een minimum beperkt en het project compenseerd het resterende verbruik volledig met lokaal opgewekte zonne-energie. Waar Rotterdam de lat hoog legde, liet het Zuidasdok duurzaamheid vallen zodra het budget onder druk kwam te staan.
Oud-minister Jacqueline Cramer, voorzitter van het betonakkoord, noemt het „nie oké” dat het Zuidasdok afzag van duurzaam beton. In dat akkoord spraken overheid en betonindustrie in 2018 af om de milieuschade van beton te verminderen. Rijkswaterstaat committeerde zich aan die afspraken, maar kon ze bij het Zuidasdok niet waarmaken. Uit de halfjaarrapportage over het project blijkt dat financiële krapte leidde tot het schrappen van alle bovenwettelijke duurzaamheidsambities.
Cramer betwist dat duurzaam beton veel duurder is. „Als je als grote opdrachtgever nu niet bereid bent een kleine meerprijs te betalen, worden duurzame alternatieven nooit goedkoper en komt de transitie in de bouw niet op gang.” Volgend jaar treedt bindende wetgeving in werking, waarna afwijken van milieu-eisen niet meer mogelijk is.
Opvallend is dat Rijkswaterstaat de CO2-impact van de geschrapte maatregelen nooit heeft berekend. Een totale klimaat- en materiaalimpactberekening ontbrak in het oorspronkelijke plan. Op basis van publieke bronnen kan de extra uitstoot oplopen tot tienduizenden tonnen CO2, vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van duizenden personenauto’s. Een duurzaamheidsadviseur van ProRail gaf aan dat er bij het Zuidasdok alleen „kwalitatief” naar duurzaamheid is gekeken, niet „kwantitatief”.
Experts wijzen erop dat overheidspartijen een voortrekkersrol moeten spelen in de verduurzaming van de bouwsector. Wanneer organisaties als Rijkswaterstaat bij megaprojecten als het Zuidasdok duurzaamheid als eerste schrappen bij bezuinigingen, ondermijnt dat de geloofwaardigheid van het klimaatbeleid. De gemeente Amsterdam, die een CO2-reductie van 60 procent nastreeft in 2030, wilde niet reageren op het loslaten van de duurzaamheidsmaatregelen bij het Zuidasdok.