Door: Redactie - 9 juli 2026 |
ProRail wil de samenwerking met civiele aannemers stevig verankeren om de grote spooropgave van de komende jaren haalbaar te houden. Het werkpakket blijft tot 2032 op een hoog niveau, maar de beperkte marktcapaciteit en de schaarse ruimte op het spoor bepalen wat er daadwerkelijk gebouwd kan worden. Tijdens een bijeenkomst van Bouwend Nederland en ProRail klonk één boodschap luid en duidelijk: meer vertrouwen en vroege samenwerking zijn nodig.
De verhouding tussen ProRail en de bouw verschuift. Waar de aandacht jarenlang vooral uitging naar gespecialiseerde spooraannemers, zoekt de spoorbeheerder nu nadrukkelijk toenadering tot de civiele aannemers. Die civiele aannemers bouwen tunnels, stations, kunstwerken en andere infrastructuur langs en onder het spoor, en hun rol wordt bij de komende projecten alleen maar groter. Tijdens de bijeenkomst ‘ProRail en de Civiele Bouw op het goede spoor’, georganiseerd door de Vakgroep Civiele Bouw van Bouwend Nederland, spraken circa honderd opdrachtgevers en opdrachtnemers over samenwerking, contracten en duurzaamheid.
Kelly van den Broek, marktcapaciteitsmanager bij ProRail, lichtte het Masterplan 2028-2032 toe. Daarin maakt de spoorbeheerder het geplande werk aan de Nederlandse spoorwegen voor de komende jaren inzichtelijk. Tussen 2020 en 2024 groeide het volume spoorwerk met ongeveer 50 procent, tot zo’n 1,8 miljard euro in 2024. Dat niveau houdt naar verwachting tot en met 2032 stand. Dat betekent niet dat de vraag naar spoorwerk afneemt; de hoeveelheid werk wordt juist begrensd door de maakbaarheid van de opgave. De noodzaak van investeringen in het spoor staat daarmee niet ter discussie, maar de omvang wordt bepaald door de capaciteit bij marktpartijen, de ruimte op het spoor en de interne capaciteit van ProRail. “Het totale volume ligt vast, maar welke onderdelen echt in uitvoering gaan nog niet”, aldus Van den Broek. Volgens haar moet de spoorbranche efficiënt en innovatief blijven samenwerken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Een belangrijk thema was de relatie tussen ProRail en de civiele aannemers. Zowel Jan Mulder, directeur Realiseren Projecten bij ProRail, als Hein Jan Bocxe, voorzitter van de Vakgroep Civiele Bouw, pleitten voor meer oog voor elkaars positie. Een tunnelproject in Hilversum liet zien wat dat oplevert. Bij de aanleg aan de Maartensdijkseweg werkten ProRail en BAM Infra niet vanuit een ‘wij-zij’-houding, maar vanuit gedeelde verantwoordelijkheid. Realisatiemanager Rob Haksel vindt dat ook de opdrachtgever kritisch naar zichzelf moet kijken. “ProRail heeft veel procedures. Die hebben waarde, maar je kunt er soms soepeler dan stringent mee omgaan.” Het resultaat mag er zijn: de tunnel kwam er niet in de geplande twee jaar, maar in veertien maanden. “Vertrouwen in elkaar hebben en oog hebben voor elkaars positie zijn belangrijk. Jouw succes is mijn succes en uiteindelijk óns succes”, aldus Haksel. Voor civiele aannemers is dat het bewijs dat onderling vertrouwen de doorlooptijd fors kan verkorten.
Ook de manier van aanbesteden kwam aan bod. Volgens inkoopstrateeg Tjeerd Biessels van ProRail ontstaan problemen doordat risicos vooraf te weinig worden besproken. “Risico’s worden óf afgeprijsd, en dan wordt het project duurder, óf niet, en dan volgt gedoe achteraf”, stelde hij. Zijn oproep: bespreek risico’s eerder en opener voordat een contract rondkomt. ProRail werkt intussen aan andere contractvormen die deze vroege dialoog belonen. Daarnaast ging marktlead duurzaamheid Marieke Knook in op schoon en emissieloos bouwen en de milieukostenindicator (MKI). Een vroege betrokkenheid van civiele aannemers helpt om duurzamere keuzes te maken, omdat uitvoerende kennis dan al in het ontwerp landt. Volgens de deelnemers leidt dat tot betere keuzes en een beter eindresultaat, terwijl projecten efficiënter worden voorbereid. Aan het slot klonk de wens om de dialoog voort te zetten, bijvoorbeeld via een terugkerend evenement. De verschillen tussen opdrachtgever en civiele aannemers, zo vatte een deelnemer samen, zijn kleiner dan vaak gedacht: “De overeenkomsten zijn groter dan de verschillen. We denken stiekem toch in dezelfde richting.”