Door: Redactie - 3 juli 2026 |
De Nederlandse bouw koerst in 2026 en 2027 op een gematigde bouwgroei, ondanks goed gevulde orderboeken en een forse opgave voor nieuwe woningen en toekomstbestendige infrastructuur. Structurele knelpunten zoals netcongestie, arbeidstekorten en krappe overheidsbudgetten drukken het vooruitzicht. Daarbovenop jaagt de nasleep van het conflict in het Midden-Oosten de energie- en materiaalkosten op, waardoor de marges van bouwers en toeleveranciers opnieuw onder spanning komen te staan.
De bouwnijverheid liet in 2025 duidelijk herstel zien, gedragen door een sterk jaar voor de infrabouw en een afnemende krimp in de woning- en utiliteitsbouw. Dat herstel was breed zichtbaar in de hele keten. Architecten, ingenieurs en installateurs boekten omzetgroei, terwijl de bouwmaterialenindustrie haar krimp zag afvlakken. Een bovengemiddelde economische groei in Nederland hielp daarbij, met inflatie en rente die stabiliseerden. Ook kwamen de eerdere kostenschokken na de oorlog in Oekraïne tot rust: materiaalprijzen vlakten af en de loonstijgingen waren gematigder dan in de jaren ervoor. De vraag bleef sterk, vooral vanuit de woningbouw en de grond-, weg- en waterbouw. Bouwbedrijven keken na een paar lastige jaren dan ook met voorzichtig optimisme naar het nieuwe seizoen, geholpen door een orderportefeuille die opnieuw aandikte. In 2025 leek zo een omslagpunt voor de bouwgroei bereikt, al maken nieuwe geopolitieke spanningen dat beeld inmiddels weer een stuk onzekkerder.
Het herstel van de woningbouw zet door, maar de productie blijft achter bij de stevige groei van het aantal verleende vergunningen. ABN AMRO rekent op 2,0 procent groei in 2026 en 1,5 procent in 2027, en daarmee is de woningbouw de grootste aanjager van de bouwgroei. Het door het kabinet bekrachtigde doel van 100.000 nieuwe woningen per jaar blijft voorlopig buiten bereik. Om te versnellen zet de minister in op efficiëntere processen en meer industrieel bouwen: het aandeel fabrieksmatig geproduceerde woningen moet groeien van 20 naar 50 procent. Tegelijk lopen de doorlooptijden op, van gemiddeld 21 maanden in 2019 naar ruim 28 maanden nu. Daardoor stapelen projecten zich op in de pijlijn en vertaalt een vergunning zich steeds minder snel in echte productie. Juist de voorraad halfafgebouwde projecten zorgt in de tweede helft van 2026 en in 2027 voor veel opleveringen, wat de bredere bouwgroei stevig ondersteunt.
De utiliteitsbouw blijft krimpen, met naar verwachting 2 procent in 2026 en nog eens 1 procent in 2027. Veel bedrijven vangen extra vraag op binnen bestaande panden, waardoor de noodzaak voor nieuwbouw beperkt blijft. Zowel het aantal nieuwbouworders als de vergunningverlening loopt terug, en de toegenomen onzekerheid zorgt ervoor dat ondernemers grote investeringen uitstellen. De echte muziek zit in onderhoud en renovatie. Veel panden zijn verouderd en vragen om verduurzaming, modernisering of een nieuwe functie, mede afgedwongen door Europese regelgeving zoals de EPBD IV en gesteund door subsidies zoals DUMAVA. Daarnaast biedt de groeiende defensieopgave kansen: de opschaling van de productie van defensiematerieel vraagt op termijn om extra bedrijfsgebouwen. Daarmee remt de utiliteitsbouw de bouwgroei eerder dan dat ze die aanjaagt.
De infrastructuur blijft de motor achter de bouwgroei. De toegevoegde waarde in de grond-, weg- en waterbouw steeg de afgelopen drie jaar met gemiddeld zo’n 10 procent; voor 2026 en 2027 rekent de bank op 2,5 en 1,5 procent. De orderportefeuilles liepen in zes jaar op van 6,5 naar ruim 10 maanden werk. De vervangings- en onderhoudsopgave drijft de vraag steeds verder op, met Rijkswaterstaat dat in zijn meerjarenplan extra middelen reserveert. Toch schieten de budgetten tekort: tot 2040 is naar schatting 80 miljard euro extra nodig voor onderhoud en vervanging. De verzwaring van het elektriciteitsnet vormt een omvangrijke, meerjarige klus die juist veel werk oplevert, net als de investeringen in waterkwaliteit richting de deadline van de Kaderrichtlijn Water in 2027.
Tegenover de kansen staan stevige risico’s. Netcongestie wordt nijpender, zeker nu in bepaalde regio’s vanaf 1 juli een aansluitstop voor kleinverbruik geldt. Het stikstofvraagstuk en lange bezwaarprocedures vertragen projecten, terwijl de aanhoudende arbeidstekorten de uitvoering blijven afremmen. De sector is bovendien energie- en materiaalintensief, waardoor hogere prijzen voor bitumen, metalen, kunststoffen en brandstoffen direct in de marges bijten. Wie de actuele cijfers over bouwproductie en woningbouw van het CBS volgt, ziet dat goed gevulde orderboeken niet vanzelf in bouwgroei omslaan. Voor de installatiebranche gloort wel herstel, met circa 1,5 procent volumegroei in 2026 en 2027, gedragen door de aantrekkende woningbouw en een installatiequote die verder oploopt.