Door: Redactie - 22 januari 2026 |
Er lijkt eindelijk een positieve ontwikkeling te zijn op de Nederlandse woningmarkt, waar de afgelopen jaren vooral krapte en vertragingen domineerden. Dit jaar wordt een forse stijging verwacht in het aantal opgeleverde woningen, met een groei van 17 procent ten opzichte van vorig jaar. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) zullen er in 2026 maar liefst 80.000 nieuwe huizen worden opgeleverd, een flinke stap vooruit. Toch blijft het aantal onder de ambitieuze doelstelling van 100.000 woningen per jaar die het kabinet heeft gesteld.
Het EIB voorspelt dat het aantal nieuw opgeleverde woningen dit jaar uitkomt op 80.000. Voor 2027 wordt zelfs een verdere stijging verwacht naar 84.000 woningen, wat neerkomt op een toename van bijna 25 procent in twee jaar tijd. Het instituut baseert deze cijfers op de aanname dat vergunningen dit jaar nog licht stijgen en dat de doorlooptijden stabiel blijven.
Hoewel deze cijfers hoopgevend zijn, blijft het aantal opleveringen van woningen achter bij de doelstelling van het kabinet. Zowel voormalig minister Hugo de Jonge als de huidige demissionair minister Keijzer streven naar 100.000 nieuwe huizen per jaar, een target dat voorlopig buiten bereik lijkt, ondanks alle plannen voor het aantal opgeleverde woningen.
Een belangrijke reden voor de achterstand is de vertraging in het afgeven van bouwvergunningen. Dit verlengt de totale bouwtijd, waardoor huurders en kopers langer moeten wachten op hun sleutels. Daarnaast speelt de krapte op het stroomnet een grote rol. Duizenden woningen kunnen momenteel niet gebouwd worden omdat aansluiting op het energienet niet mogelijk is. Directeur Taco van Hoek van het EIB geeft aan dat lopende projecten hier geen last van hebben, maar dat nieuwe vergunningen wel beïnvloed kunnen worden. Uiteindelijk zorgt dit voor minder opgeleverde woningen dan mogelijk zou zijn.
De versterking van het energienet biedt echter ook kansen voor andere delen van de bouwsector. Bedrijven die zich richten op infrastructuur en netverzwaring kunnen hiervan profiteren, wat een positieve impuls kan geven aan de sector als geheel en dus ook aan het mogelijk versnellen van opgeleverde woningen.
Een ander knelpunt is het huidige beleid rondom betaalbaarheid. Momenteel moet tweederde van de nieuwe woningen ‘betaalbaar’ zijn, wat betekent dat huren gemaximaliseerd zijn. Dit maakt het voor ontwikkelaars lastig om projecten financieel rond te krijgen. In sommige steden, zoals Eindhoven, worden zelfs nog strengere eisen gesteld, waardoor projecten soms helemaal niet doorgaan. Van Hoek pleit voor een iets soepeler beleid, zodat de realisatie van meer opgeleverde woningen sneller mogelijk wordt.
Een mogelijke oplossing ligt in het bouwen aan de randen van steden en dorpen, ook wel het ‘straatje erbij’ genoemd. Het Planbureau voor de Leefomgeving schat dat hier ruimte is voor ruim een miljoen woningen. Het voordeel van deze locaties is dat bestaande infrastructuur vaak al aanwezig is, waardoor dure investeringen in metro- of spoorlijnen niet nodig zijn. Zo kan ook de hoeveelheid opgeleverde woningen aanzienlijk worden versneld ten opzichte van traditioneel binnenstedelijk bouwen.
Minister Keijzer zet, net als haar voorganger De Jonge, in op grote bouwlocaties in Nederland, maar de realisatie hiervan laat nog jaren op zich wachten. Door de stikstofcrisis is het aanleggen van nieuwe wegen en spoorlijnen vrijwel onmogelijk. Daarnaast komen er vanaf 2027 strengere regels rondom water- en bodembeleid, wat extra hobbels kan opleveren. Op veel plekken moet eerst bewezen worden dat bouwen veilig is, wat volgens experts kan leiden tot meer administratieve rompslomp en dus vertraging bij de uiteindelijke opgeleverde woningen.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.