Door: Redactie - 23 september 2026 |
Het kabinet wil de bouwtijd van een woning halveren, de helft van de nieuwbouw uit de fabriek laten komen en investeerders in betaalbare huurwoningen fors belasting laten besparen. Met het Actieplan Versnelling Woningbouw belooft minister Boekholt-O’Sullivan dat honderdduizenden woningzoekenden in 2030 een eigen voordeur hebben. Vijftig concrete maatregelen moeten de vastgelopen woningmarkt eindelijk in beweging krijgen.
Minister Boekholt-O’Sullivan stuurde het plan vandaag naar de Tweede Kamer. Het is het eerste resultaat van de taskforce die het kabinet dit voorjaar oprichtte om de beloofde 100.000 nieuwe woningen per jaar eindelijk te halen. Veel maatregelen kondigde de minister de afgelopen maanden al aan: extra locaties voor grootschalige woningbouw, steun aan partijen die in betaalbare huur willen investeren en een lagere vennootschapsbelasting voor corporaties. Tot 2035 trekt het kabinet ongeveer 7 miljard euro uit voor betaalbaar wonen, plus 500 miljoen euro voor middenhuur. Die vijftig maatregelen vormen samen het Actieplan Versnelling Woningbouw. De minister vat haar ambitie kort samen: meer, sneller en beter bouwen, alle drie tegelijk. Volgens haar verdient iedereen een eigen voordeur en een eigen brievenbus, en is daar meer voor nodig dan de afgelopen jaren in gang is gezet.
De grootste winst zit volgens het kabinet in tijd. Nu duurt het ontwerpen en vergunnen van een project gemiddeld acht jaar, en dat moet in 2030 gehalveerd zijn. Het Actieplan Versnelling Woningbouw richt daarvoor een vernieuwde landelijke versnellingstafel op, waar knelpunten in concrete projecten meteen worden opgelost in plaats van doorgeschoven. Gemeenten en provincies krijgen ruim 200 extra mensen voor de vergunningverlening, en het kabinet wijst tien grote bouwlocaties aan waar tienduizenden woningen moeten verrijzen. Het Actieplan Versnelling Woningbouw moet zo de weg van tekening naar heipaal flink verkorten. De boodschap aan de sector is dat de plannen en het geld er zijn, en dat het nu vooral op snelheid aankomt.
Net als haar voorgangers zet de minister zwaar in op industrieel bouwen. In 2030 moet de helft van alle nieuwbouwwoningen uit de fabriek komen. Om dat te halen wil het Actieplan Versnelling Woningbouw de randvoorwaarden beter regelen, met typegoedkeuringen, gebundelde vraag en vaste afspraken in woondeals en gebiedsontwikkelingen. Toch erkent de minister dat nog niet alle kosten voor de toekomstige bouw gedekt zijn. Het plan kijkt vooral naar wat er gebouwd moet worden en waar, terwijl het hoe bij medeoverheden, ontwikkelaars, bouwers en corporaties ligt. Die partijen moeten met duidelijke afspraken en scherpe monitoring hun verantwoordelijkheid nemen, aldus de minister.
Voor de bouwsector ligt de bal nu bij de uitvoernde partijen. Aannemers en werkvoorbereiders die willen inspelen op de opgave, richten hun processen het best in op prefab en modulaire bouw. Het Actieplan Versnelling Woningbouw legt de regie zo bij de markt, maar de vraag blijft of het tempo dit keer wel wordt gehaald. Eerdere ambities strandden vaak op geld, personeel en netcongestie, en juist die knelpunten blijven ook nu overeind. Zonder oplossing daarvoor blijft de belofte van een eigen voordeur voor iedereen kwetsbaar. Meer informatie staat in de toelichting van de Rijksoverheid op het plan.