Door: Redactie - 8 oktober 2026 |
Minstens zestien Nederlandse bruggen bevatten voorspanstaal dat door een bekend materiaaldefect zonder waarschuwing kan breken. Volgens Follow The Money kent Rijkswaterstaat het risico al sinds de instorting van een Duitse brug in 2024, maar voerde de aanbevolen veiligheidsmaatregelen bij geen van de zestien bruggen volledig uit. Voor aannemers, beheerders en inspecteurs die met verouderd kunstwerk werken, is dat een duidelijk signaal om onderhoud en inspectie van bruggen niet langer uit te stellen.
Op 11 september 2024 stortte in het Duitse Dresden midden in de nacht plotseling een grote brug in. Er reden op dat moment geen voertuigen over de Carolabrücke en vooraf waren er geen scheuren of andere waarschuwingssignalen te zien. Achteraf bleek dat in delen van de brug nog maar twintig procent van het staal intact was. Het incident was voor Rijkswaterstaat aanleiding om ook Nederlandse bruggen opnieuw te onderzoeken want hetzelfde type materiaal is hier eveneens toegepast.
Uit dat onderzoek kwamen dertien bruggen naar voren die gevoelig zijn voor het defect. Toenmalig minister Barry Madlener (PVV) van Infrastructuur en Waterstaat noemde de bruggen vorig jaar in een Kamerbrief toch ‘veilig’. Dat is opmerkelijk, want in het bijgevoegde adviesmemo van Rijkswaterstaat en in de second opinion van TNO, TU Delft en TU Eindhoven staat juist dat er op dat moment geen uitspraak gedaan kon worden over de veiligheid van de bruggen.
In de betonnen bruggen is voorspanstaal verwerkt: staaldraden die onder hoge spanning in het beton liggen en de constructie zo haar draagkracht geven. Door het defect, in jargon waterstofverbrossing genoemd, kunnen die draden breken zonder dat de brug dat van tevoren laat merken. Dat maakt voorspanstaal in oudere kunstwerken een sluimerend risico, zeker omdat het gebruikte staal destijds niet met het oog op dit faalmechanisme is getest.
De second opinion adviseerde Rijkswaterstaat dringend om vijf maatregelen te nemen: de bruggen inspecteren, het toegepaste type staal vaststellen, de draagkracht herberekenen en, als dat nodig blijkt, extra wapening aanbrengen en de constructie monitoren. In het adviesmemo over waterstofverbrossing van Rijkswaterstaat staat dat de veiligheid zonder die stappen niet is geborgd. De minister beloofde het advies op te volgen. Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat dit grotendeels niet is gebeurd en dat er inmiddels drie extra bruggen met hetzelfde probleem in het voorspanstaal zijn gevonden, waarmee het totaal op zestien komt.
Van de aanbevolen twee inspecties per jaar is bij zeker de helft van de bruggen het afgelopen half jaar niets terechtgekomen. Vier bruggen, waaronder de drie recent ontdekte, zijn zelfs al jaren niet meer bekeken. Juist inspecties zouden vroegtijdig scheurvorming moeten signaleren, het waarschuwend vermogen dat deze bruggen volgens de second opinion nodig hebben voordat ze bezwijken.
Neem de Algerabrug in Krimpen aan den IJssel. De aanbrug naar deze brug valt onder de gemeente en niet onder Rijkswaterstaat, die de brug toch op de vervangingslijst zette zonder de gemeente daarover vooraf te informeren. Het is nog niet eens vastgesteld of in deze brug daadwerkelijk het gevoelige voorspanstaal zit, terwijl de brug afgelopen augustus vier weken dicht was voor groot onderhoud en dat onderzoek dus goed mogelijk was geweest.
De burgemeester van Krimpen aan den IJssel liet een dag na de Kamerbrief aan de gemeenteraad weten dat Rijkswaterstaat haar niet vooraf had geïnformeerd: ‘Wij zijn dus overvallen door de berichtgeving.’ Ook haar contactpersoon bij Rijkswaterstaat wist niet dat de Algerabrug op de lijst stond en bood daarvoor excuses aan. De burgemeester zei er desondanks op te vertrouwen dat Rijkswaterstaat ingrijpt zodra er risico’s optreden.
Rijkswaterstaat voert bij de meeste bruggen geen rekenkundige herberekening van het voorspanstaal uit, omdat die methode naar eigen zeggen ‘onvoldoende betrouwbaar’ is. Daardoor blijven ook de twee vervolgmaatregelen, extra wapening en akoestische monitoring, bij vrijwel alle bruggen ‘niet van toepassing’. Ondanks het uitblijven van de aanbevolen stappen noemt ook de huidige minister van Infrastructuur en Waterstaat, Vincent Karremans (VVD), de bruggen op aanvraag gewoon ‘veilig’.
Hoogleraar civiele techniek Hans Ramler van de TU Delft noemt die conclusie strijdig met het eigen memo van Rijkswaterstaat, de second opinion en de bevindingen van Follow the Money. Volgens Ramler is Nederland hard op weg het overzicht over de staat van zijn bruggen te verliezen. Hij pleit voor meer financiële middelen bij Rijkswaterstaat, gemeenten en provincies, en voor nauwere samenwerking tussen alle partijen die met voorspanstaal en andere verouderde constructies te maken hebben.
Het risico van voorspanstaal staat niet op zichzelf. Rijkswaterstaat onderzocht alleen de archieven van de vierduizend betonnen bruggen die het zelf beheert, terwijl Nederland nog eens zesendertigduizend betonnen bruggen heeft die bij gemeenten, provincies en waterschappen liggen. Volgens Ramler is algemeen bekend dat juist die archieven niet op orde zijn, wat verklaart waarom er steeds nieuwe bruggen op de lijst verschijnen. Ook bij stalen bruggen gaat het mis: bij de Merwedebrug in Gorinchem bleek het staal in de boogconstructie zwakker dan aangenomen, en bij de Suurhoffbrug moest verkeer na scheuren in een hoofddraagbalk over de vluchtstrook.
De vervangingsopgave voor de Suurhoffbrug laat zien hoe groot de opgave voor beheerders inmiddels is: steeds meer en zwaardere voertuigen rijden over bruggen die in de jaren vijftig en zestig zijn ontworpen, en de opkomst van zwaardere elektrische voertuigen maakt dat niet lichter. Volgens de laatste Staat van de Infrastructuur staan 72 bruggen, viaducten en tunnels onder verhoogd toezicht vanwege technische risico’s, ouderdom of uitgesteld onderhoud. Voor aannemers en toeleveranciers in de infrastructuur betekent dit dat opdrachten voor inspectie, versterking en vervanging van bestaand kunstwerk de komende jaren alleen maar toenemen.
Ook los van voorspanstaal stapelen de problemen zich op. Rijkswaterstaat meldde dat bijna honderd bruggen en viaducten een ondeugdelijke tand-nokconstructie hebben, en begin september moest de A28 bij Nijkerk drie dagen dicht omdat bij de Hardenbergerbrug zoveel grond onder de pijlers was weggespoeld dat de veiligheid in het geding kwam. Rijkswaterstaat laat weten dat veiligheid altijd voorop staat en dat de aanpak in vijf stappen verloopt: inspecteren, het type voorspanstaal vaststellen, constructief beoordelen, waar nodig maatregelen treffen en monitoren. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram werken volgens het ministerie aan een herprioritering waarbij geld verschuift van nieuwbouw naar onderhoud.