Door: Redactie - 3 november 2026 |
In de periode 2027-2030 zijn liefst 73.000 nieuwe arbeidskrachten nodig om de voorziene bouwproductie te kunnen realiseren, blijkt uit nieuw onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Ongeveer 52.000 van hen kunnen via opleidingen instromen, terwijl bedrijven ruim 21.000 extra mensen via zij-instroom moeten aantrekken. De bouwarbeidsmarkt blijft daardoor de komende jaren bijzonder krap, zeker nu Defensie ook stevig concurreert om technisch personeel.
De bouwarbeidsmarkt groeit dit jaar met ongeveer 1 procent naar 556.000 arbeidsjaren, blijkt uit de nieuwste EIB-cijfers. Achter dat cijfer gaat een duidelijke verschuiving schuil. Het aantal werknemers in loondienst stijgt met 11.000 arbeidsjaren, terwijl het aantal zelfstandigen voor het tweede jaar op rij afneemt, dit keer met 6.000 arbeidsjaren. Die daling hangt vooral samen met de hervatte handhaving op schijnzelfstandigheid waardoor opdrachtgevers voorzichtiger zijn geworden met zzp’ers. Ondertussen blijft de krapte onverminderd groot: de vacaturegraad ligt ruim boven het landelijk gemiddelde en steeds meer bouwbedrijven melden stagnatie door personeelstekort.
Voor de periode 2027-2030 becijfert het EIB in het rapport Trends op de bouwarbeidsmarkt 2026-2030 dat 73.000 nieuwe arbeidskrachten nodig zijn om de voorziene productiegroei te realiseren. Ongeveer 52.000 daarvan kunnen vanuit opleidingen instromen, maar bedrijven moeten ruim 21.000 extra mensen via zij-instroom organiseren. Dat betekent dat de bouwarbeidsmarkt de komende jaren onder druk blijft staan, ook al groeit het aanbod vanuit het onderwijs mee. Werkgevers in de sector houden daardoor serieus rekening met een aanhoudende zoektocht naar geschikt personeel, vooral in technische functies waar de vraag het hardst stijgt.
Voor de komende jaren rekent het EIB op een productiegroei van circa 3 procent per jaar, terwijl de arbeidsproductiviteit naar verwachting met gemiddeld 2 procent per jaar toeneemt. Die combinatie resulteert in een verwachte groei van de werkgelegenheid met ruim 26.000 arbeidskrachten tussen 2027 en 2030. Daarnaast moet de sector circa 47.000 nieuwe mensen aantrekken ter vervanging van werknemers die met pensioen gaan of arbeidsongeschikt raken. Daarmee ligt de werkelijke vervangingsvraag een stuk hoger dan de netto groei van de sector zelf.
Van alle onderzochte sectoren concurreert de bouw het sterkst met Defensie om personeel, een extra complicatie voor een toch al gespannen bouwarbeidsmarkt. De extra concurrentiedruk komt neer op gemiddeld 1.100 arbeidskrachten per jaar, wat overeenkomt met 5 tot 10 procent van de jaarlijkse instroombehoefte van de sector. Vooral bij technische beroepen in de grond-, weg- en waterbouw en de verduurzaming is de overlap groot: monteurs, elektrotechnici en machinisten zijn in trek bij zowel bouwbedrijven als de defensie-industrie. Nu het kabinet extra investeert in Defensie, verwacht het EIB dat die concurrentie om personeel de komende jaren niet snel afneemt, wat de bouwarbeidsmarkt extra onder druk zet.
Het aantal studenten op bouwgerelateerde mbo-opleidingen groeide in 2025 met 4 procent, waarmee de sector weer terrein wint binnen het technisch onderwijs. Toch wordt verdere groei lastiger: er zijn simpelweg onvoldoende jongeren die kiezen voor een technische mbo-opleiding om de vervangingsvraag op te vangen. Bij de gww-opleidingen is na twee jaar krimp voorzichtig herstel te zien, al lopen de aantallen bij specifieke gww-kaderopleidingen sterk terug. Doordat de productiegroei in de grond-, weg- en waterbouw aantrekt, verwacht het EIB dat de bouwarbeidsmarkt in dat segment de komende jaren nog krapper wordt.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.