Door: Redactie - 21 oktober 2026 |
Het kabinet trekt 18 miljard euro extra uit voor onderhoud en vernieuwing van wegen, bruggen, spoor en waterwerken. Daarmee krijgt instandhouding van de verouderde infrastructuur voorrang boven nieuwe aanleg. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram kozen scherp: niet elk project krijgt tegelijk voorrang, dus gaan sommige werken voor en moeten andere nog even wachten.
Nederland bouwde veel van zijn infrastructuur in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw, en die is daardoor hard verouderd. Bruggen waarvan het staal en beton hun beste tijd hebben gehad, sluizen en gemalen met steeds meer defecten en een spoornetwerk dat steeds gevoeliger raakt voor storingen: de gevolgen zijn volgens het ministerie inmiddels overal zichtbaar. Omdat het budget in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds niet voldoende is om alle ambities te realiseren, waren scherpe keuzes onvermijdelijk. Niet alles kan tegelijk gebeuren, dus bepaalt het kabinet per project of iets op korte termijn vervanging nodig heeft of nog een tijd meekan met levensduurverlengende maatregelen. Minister Karremans wijst daarbij op de mankementen aan de Merwedebrug en de Suurhoffbrug als voorbeeld van een vervangingsopgave die niet langer kan wachten. De Tweede Kamer stemde vooraf in met het afweegkader waarmee de keuzes zijn gemaakt, zodat behoud van de bestaande infrastructuur en veiligheid voorop staan bij elke beslissing. Voor bouwbedrijven die werken aanbesteden via Rijkswaterstaat en ProRail betekent dat vooral meer herstel- en vervangingsklussen, en op de lange termijn juist minder ruimte voor compleet nieuwe aanleg.
Met de 18 miljard euro pakt het kabinet volgens eigen zeggen essentiële werken aan. Denk aan gemaal IJmuiden, dat de voeten van 4 miljoen mensen droog houdt, de Haringvlietbrug met dagelijks 66.000 gebruikers en de HSL, waarover zo’n 275 internationale treinen per dag rijden. Het kabinet intensiveert daarnaast de uitrol van het Europese treinbeveiligingssysteem ERTMS, zodat reizigers en vervoerders ook na 2040 veilig en betrouwbaar gebruik kunnen maken van het spoor. Instandhouding is hierbij het sleutelwoord: niet de aanleg van nieuwe wegen staat voorop, maar het op orde houden van wat er al ligt. In de wegenbouw merken opdrachtgevers dat vooral vervangingsprojecten de komende jaren prioriteit krijgen boven uitbreiding. De financiële injectie moet er bovendien voor zorgen dat storingen aan bruggen, sluizen en spoor minder vaak voorkomen, iets waar reizigers en vervoerders de komende jaren direct iets van merken. Instandhouding van het spoor krijgt daarbij nadrukkelijk voorrang boven de aanleg van geheel nieuwe lijnen op de korte termijn.
Naast de instandhouding van bestaande infrastructuur gaat er geld naar bereikbaarheid in de regio. Met middelen die bij Prinsjesdag beschikbaar kwamen, zet het kabinet onder meer in op het oplossen van de ‘flessenhals’ bij spoorknooppunt Meppel, de N35 bij Mariënheem, knooppunt Zaarderheiken op de A67/A76 bij Venlo en de N33 tussen Zuidbroek en Appingedam. Voor het bereikbaar maken van vier nieuwe grote woningbouwgebieden, in Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo/Enschede, maakt het kabinet daarnaast 355 miljoen euro vrij. Bestaande afspraken over het ontsluiten van woningbouw blijven gewoon in stand, zodat ontwikkelaars niet voor verrassingen komen te staan. Investeringen in infrastructuur en mobiliteit blijven sowieso nodig voor bereikbaarheid en economische groei, maar ook bij aanlegprojecten is scherp gekeken naar de verhouding tussen vervanging, renovatie en nieuwe aanleg. Gemeenten en provincies volgen de besluitvorming nauwlettend, omdat veel van de genoemde projecten alleen doorgang vinden dankzij afspraken tussen het Rijk en de regio.
Ook bij de spoorwegen loopt de vernieuwing onverminderd door. Staatssecretaris Bertram noemt expliciet de weerbaarheid van het spoor als aandachtspunt, vooral gezien de geopolitieke situatie. Internationaal gaat het om de HSL, regionaal om een hele reeks kleinere projecten langs het bestaande net. Daarnaast kondigt het kabinet in een apart schrijven onderzoek aan naar het perspectief voor Noordelijk Nederland en de Lelylijn. Bij de waterwerken ligt de nadruk op gemalen en stuwen die al jaren kampen met slijtage, en op het op peil houden van de veiligheid tegen hoogwater. Dat sluit aan bij het eerder gepresenteerde Routeplan, waarin het kabinet aangeeft hoe het de komende jaren het openbaar vervoer en de publieke mobiliteit toekomstbestendig wil maken.
De volledige lijst van aanlegprojecten op het Mobiliteitsfonds, het MIRT, is objectief gescoord op basis van een reeks wegingsfactoren en het beschikbare budget. Daaruit volgt dat onder meer de A20 tussen Nieuwerkerk en Gouwe, de vaarweg Lemmer-Delfzijl, de Nedersaksenlijn en het Mobiliteitspakket Brainport, met onder andere de spoorknoop Eindhoven, gewoon doorgaan. Het kabinet pauzeert een reeks andere projecten voorlopig, omdat financiering ontbreekt of omdat ze simpelweg nog niet uitvoerbaar zijn. Daarmee blijft instandhouding feitelijk het kompas waarop het kabinet vaart: eerst het bestaande netwerk op orde, pas daarna nieuwe aanleg wanneer dat kan. Voor marktpartijen die meebieden op aanbestedingen is dat een belangrijk signaal: wie wacht op een gepauzeerd project, kan beter capaciteit richten op de onderdelen van het MIRT die wel doorgaan. Juist omdat instandhouding voorrang krijgt, verschuift de vraag van aannemers langzaam van aanleg naar beheer en onderhoud.
Door nu knopen door te hakken, biedt het kabinet weggebruikers, spoorreizigers, mede-overheden en bouwers zekerheid voor de komende acht jaar. Het kabinet schrapt niet-noodzakelijke regels voor de uitvoering van projecten, zodat werk sneller en goedkoper van de grond komt. Het versimpelt en standaardiseert projecten daarnaast, gericht op wat minister Karremans zelf omschrijft als een ‘bare minimum’-aanpak. Rijkswaterstaat beheert het grootste deel van het hoofdwegennet in Nederland, en het bredere beleid achter dat wegennet staat beschreven op de de website van de Rijksoverheid. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram kijken ook naar alternatieve bekostiging om in de toekomst nieuwe wegen en sporen aan te kunnen leggen, en gaan hierover in gesprek met de Tweede Kamer en de regio’s. Hoe die alternatieve bekostiging er concreet uit gaat zien, moet nog blijken uit de gesprekken die het kabinet deze winter voert met de Kamer en de regio’s. De budgettaire verwerking volgt bij de Voorjaarsnota.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.