Door: Redactie - 18 juni 2026 |
Energiebedrijf Vattenfall en de Amsterdamse start-up Project Enki onderzoeken of datacenters gebouwd kunnen worden bij offshorewindparken op de Noordzee. Door de servers direct aan te sluiten op een windpark hoeven ze geen stroom te trekken van het overbelaste elektriciteitsnet op land. Het plan moet Europa helpen om onafhankelijk mee te doen in de groeiende AI-markt.
De uitrol van datacenters op land zit muurvast. Gemeenten verzetten zich tegen de komst van nieuwe servergebouwen, die in de publieke perceptie energie slurpen, lelijk zijn en te veel ruimte innemen. Tegelijk groeit de vraag naar rekencapaciteit door de opkomst van kunstmatige intelligentie in hoog tempo. Wereldwijd zoeken techbedrijven daarom naar alternatieven. Elon Musk wil met SpaceX datacenters de ruimte in lanceren, terwijl Google hetzelfde idee onderzoekt. Maar ook de zee trekt de aandacht als bouwlocatie. Microsoft deed al in 2018 een proef met een onderzees datacenter voor de kust van Schotland. Voor de kust van Shanghai draait sinds kort het eerste onderzeese datacenter volledig op windenergie, en in Japan werkt Hitachi aan drijvende varianten.
Een groot voordeel van bouwen nabij een windpark op zee is de beschikbaarheid van koel zeewater. Bij conventionele datacenters gaat 20 tot 50 procent van het totale energieverbruik naar koeling van servers. Project Enki denkt dat percentage terug te brengen tot zo’n 10 procent door diep zeewater te gebruiken. Het water wordt koud opgepompt en na gebruik aan het oppervlak geloosd, met minimaal temperatuurverschil. Schaars drink- of grondwater is dan niet meer nodig. Paul Kunneman, directeur van Project Enki, stelt dat dergelijke technieken al gangbaar zijn in de offshorewereld. Bang dat het zeewater lokaal te warm wordt is hij niet.
Voor Vattenfall biedt de samenwerking een concreet bedrijfseconomisch voordeel. Het energiebedrijf kan een langdurig afnamecontract sluiten voor elektriciteit uit een bestaand windpark. In uren met negatieve stroomprijzen, wanneer turbines normaal worden stilgezet, draait het park dan gewoon door. Nardi Polak, projectleider bij Vattenfall, noemt dat een manier om windparken efficiënter te benutten. Nu de grote industriebouw langzamer verduurzaamt dan verwacht, hebben exploitanten moeite om voldoende afnemers te vinden voor de stroom van nieuw te bouwen windparken op de Noordzee.
Vattenfall en Project Enki willen hun eerste datacenter bouwen op bestaande offshore-infrastructuur. Tijdens de aanleg van windparken worden platforms gebruikt als verblijf voor medewerkers en toeleveranciers. Die raken na oplevering vaak overbodig. Een ecoloog heeft vastgesteld dat datacenters op zulke locaties binnen dezelfde milieuparameters vallen als windparken op zee. Dat zou het vergunningentraject fors kunnen versnellen ten opzichte van nieuwbouw op land, waar procedures steeds langer duren.
Het eerste datacenter gaat naar verwachting 20 tot 25 megawatt verbruiken, een fractie van de totale capaciteit van een windpark. De servers worden ingezet voor planbare taken zoals het trainen van AI-modellen. Die werkzaamheden kunnen tijdelijk stoppen als het niet waait. Dat maakt het concept volgens Kunneman haalbaar ondanks de wisselvalligheid van windenergie. Het project bevindt zich nog in de onderzoeksfase. De komende maanden moeten uitwijzen of er voor beide partijen een werkbare businesscase uit te halen valt. Vattenfall kijkt daarvoor eerst naar aansluiting op een van zijn bestaande windparken in de Noordzee.