Door: Redactie - 30 oktober 2026 |
Kleine, autonome robots die gezamenlijk over stalen bruggen en viaducten bewegen, kunnen de inspectie van verouderde infrastructuur flink verbeteren. Onderzoeker Bahar Haghighat van de Rijksuniversiteit Groningen ontwikkelt met een Vidi-subsidie zulke robotzwermen, die op meerdere plekken tegelijk gegevens verzamelen over de staat van het staal. Bouwbedrijven en wegbeheerders kunnen die informatie straks gebruiken om onderhoud en vervanging beter te plannen.
Een groot deel van de Nederlandse infrastructuur is aangelegd in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. Veel bruggen, viaducten en wegen zijn daardoor verouderd en hebben onderhoud of vervanging nodig, een opgave die het kabinet onlangs onderschreef met 18 miljard euro extra voor onderhoud en vernieuwing. Beheerders moeten weten welke constructies onmiddellijke aandacht vereisen en welke nog veilig bruikbaar zijn, en daarvoor is betrouwbare informatie over de staat van afzonderlijke onderdelen onmisbaar.
Recente problemen laten zien hoe urgent die taak is. Zo bleek in 2025 dat het vaste deel van de Haringvlietbrug tekenen van metaalmoeheid vertoonde in de stalen verbindingen, waarna extra verstevigingen en vaker inspecteren nodig waren. Bij dertien andere Nederlandse bruggen en viaducten werd een verhoogd risico op haarscheurtjes in het staal vastgesteld, wat de vervanging versnelde. In 2026 kwamen bovendien constructieve gebreken aan het licht bij de Giessense Bruggen in Rotterdam en moest de Merwedebrug bij Gorinchem na materiaaltests meteen dicht voor vrachtverkeer. Onderhoud bruggen, viaducten en wegen raakt daarmee steeds meer het dagelijkse werk van aannemers en wegbeheerders.
De huidige monitoring steunt vooral op vaste sensoren die maar op een beperkt aantal plekken meten. Haghighat ontwikkelt daarom robotzwermen die zelf over een brug of viaduct kunnen bewegen en op veel meer punten gegevens verzamelen. De robots zijn slechts enkele centimeters groot, dragen uiteenlopende sensoren en bewegen met magnetische wielen over stalen oppervlakken. Zo brengen de robotzwermen scheuren en andere schade in het materiaal in kaart, nog voordat die met het blote oog zichtbaar is.
Voor de Nederlandse infrastructuur is dat een welkome aanvulling op de bestaande inspectiemethoden. De robots werken niet op zichzelf, maar als groep: terwijl elke robot een eenvoudige taak uitvoert, ontstaat door hun gezamenlijke gedrag een veel completer beeld van de constructie dan één los apparaat kan leveren.
Vaste meetapparatuur blijft op dezelfde plek hangen en dekt daardoor nooit de hele constructie. Mobiele robots kunnen zich wel verplaatsen en op steeds andere punten meten, wat een completer beeld van de conditie oplevert. Naast robots op de constructie zelf zetten onderzoekers ook satellietmonitoring in: met de techniek MT-InSAR volgen ze al op afstand hoe bruggen millimeter voor millimeter bewegen.
De robotzwermen van Haghighat vallen onder zwermrobotica, geinspireerd op scholen vissen, zwermen vogels en kolonies insecten. In zulke groepen ontstaat gecoordineerd gedrag door lokale interacties tussen individuen, zonder dat een centrale besturing alle acties moet aansturen.
Voor de praktijk heeft deze aanpak duidelijke voordelen. Een grotere groep robotzwermen bereikt meer meetpunten dan een los apparaat, en valt een robot uit, dan neemt een andere het werk gewoon over. Dat maakt de inspectie schaalbaar en geschikt voor plekken die voor mensen moeilijk bereikbaar zijn, zoals de onderzijde van een brugdek. Door gegevens uit verschillende delen van een constructie te combineren, ontstaat een gedetailleerder beeld van de werkelijke toestand.
De autonomie van de robotzwermen vormt wel een van de grootste technische knelpunten. Een inspectiesysteem werkt alleen zelfstandig als de afzonderlijke robots betrouwbare keuzes maken en als groep blijven samenwerken, ook wanneer omstandigheden op een brug plots veranderen. De verzamelde meetgegevens moeten daarnaast direct bruikbaar zijn voor beheerders die beslissen over onderhoud of vervanging.
In 2025 ontving Haghighat een Vidi-subsidie om de ontwikkeling van haar autonome robotzwermen te versnellen. Die subsidie maakt het mogelijk fundamentele knelpunten aan te pakken die nu nog verhinderen dat de robots zelfstandig in de praktijk opereren. Het doel is niet om binnen vijf jaar alle Nederlandse bruggen te inspecteren, maar om aan te tonen dat de aanpak werkt en een basis te leggen voor vervolgonderzoek en samenwerking met bedrijven of start-ups.
Naast technische vragen spelen ook juridische en veiligheidskwesties mee. De inzet van een robotzwerm op bestaande bruggen roept vragen op over de veiligheid van de robots zelf, de omgang met meetgegevens en de verantwoordelijkheid voor besluiten die op basis van de inspecties worden genomen. Het onderzoek staat nog in een vroege fase, maar moet de komende jaren duidelijk maken of kleine, mobiele robots voldoende autonoom en betrouwbaar kunnen meten om aannemers en wegbeheerders eerder te waarschuwen voor sluipend materiaalverlies.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.