Door: Redactie - 4 november 2026 |
De Raad van State waarschuwt dat te veel woningbouwregie tussen Rijk, provincies en gemeenten de bouw van nieuwe huizen juist kan vertragen. In een advies over het Besluit versterking regie volkshuisvesting noemt de Afdeling advisering het stelsel “uiterst complex”. Vooral de verdeling van betaalbare woningen over regio’s leidt tot veel extra overleg en financiele risico’s voor gemeenten, provincies en bouwbedrijven, aldus de hoogste adviseur van het kabinet.
De aanvullende wet- en regelgeving komt uit het advies over het Besluit versterking regie volkshuisvesting, een uitwerking van de wet die op 1 juli 2026 grotendeels inging. Het kabinet wil dat overheden meer woningbouwregie krijgen over de bouw van woningen, met als doel jaarlijks 100.000 nieuwe huizen. Elke woningbouwregio moet straks twee derde betaalbaar bouwen, waarvan dertig procent sociale huur. Gemeenten met minder sociale huur dan het landelijk gemiddelde moeten daar extra op inzetten, terwijl gemeenten met al veel sociale huur juist meer middenhuur en betaalbare koop moeten programmeren.
Daar wringt de schoen volgens de Raad. Krijgt de ene gemeente ruimte om minder sociale huur te bouwen, dan moeten buurgemeenten bijspringen. Kosten en bouwopgaven kunnen daardoor tussen gemeenten verschuiven, wat volgens de Afdeling advisering tot een “uiterst complex geheel” leidt. Provincies kunnen ingrijpen als een regio er onderling niet uitkomt, en er zijn uitzonderingen en ontheffingen mogelijk. Dat vergt veel tijd en capaciteit bij gemeenten die vaak al onder druk staan. Dat maakt de woningbouwregie volgens de Raad kwetsbaar voor vertraging.
De Raad wijst erop dat gemeenten niet alleen over woningbouw moeten overleggen. Ze maken ook regionale afspraken over urgente woningzoekenden, zoals mensen die uit de daklozenopvang of jeugdzorg komen. Voor woningbouw, statushouders en asielopvang gelden bovendien niet altijd dezelfde regio-indelingen, waardoor gemeenten “op meerdere borden tegelijk schaken”. Die opeenstapeling van overlegtafels maakt de woningbouwregie er niet eenvoudiger op, terwijl het Rijk net op snelheid en duidelijkheid stuurt.
Ook de financiële kant baart de Raad zorgen. De combinatie van veel betaalbare woningen, een bouwtempo van 100.000 woningen per jaar en beperkte publieke middelen zet projecten onder druk. Lukt een project financieel niet, dan resteren weinig opties: minder bouwen, kleinere woningen, een lager aandeel betaalbare koop of extra geld van overheden. De Raad vraagt het kabinet die spanning in de toelichting beter te onderbouwen, zodat de woningbouwregie niet vastloopt op de rekening.
Het ontwerpbesluit moet de bouw ook versnellen door bepaalde beroepen rechtstreeks bij de Afdeling bestuursrechtspraak te laten landen, zonder tussenstap. Het kabinet overweegt die route later ook te gebruiken voor energie-, klimaat- en drinkwaterprojecten. Komen er zo steeds meer zaken bij, dan kan juist bij de bestuursrechter een nieuwe opstopping onstaan.
Woningbouwprojecten duren vaak langer dan tien jaar, zo stelt de Raad. Versnelling moet daarom niet alleen van de rechter komen. Ook eerdere planvorming en snel overleg met bijvoorbeeld omwonenden en andere partijen schelen tijd, zonder dat de woningbouwregie verder wordt opgetuigd. Voor aannemers en ontwikkelaars die nu al kampen met het woningtekort, is dat misschien wel het belangrijkste signaal uit het advies.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.