Door: Redactie - 22 juni 2026 |
De bouw- en inframarkt is al decennialang aan het digitaliseren en automatiseren. Toch blijven de behaalde efficiencyverbeteringen en het voorkomen van fouten achter bij de maakindustrie. Remi Dornier, Vice President Architecture, Engineering & Construction bij Dassault Systèmes, ziet daar twee belangrijke redenen voor: een gebrek aan product- en productiegericht denken en het informatieverlies door de diversiteit aan gebruikte software. In zijn visie wordt de bouw- en inframarkt de komende jaren veel meer geïndustrialiseerd. Fabrikanten van prefab bouwdelen lopen daarin voorop, maar ook Heijmans is al jaren bezig om de woningbouw te industrialiseren.
Sinds de introductie van 3D-ontwerpen en additieve productietechnieken zoals 3D-printen in de jaren tachtig, loopt de bouw- en inframarkt achter op de maakindustrie. Een belangrijke reden daarvoor is natuurlijk het verschil tussen de repetitieve serieproducties en het unieke maatwerk in de bouw- en inframarkt. Wie echter product- en productiegericht naar die maatwerkprojecten kijkt, ziet veel repetitief gebruikte materialen en processen, versterkt door de trend richting meer prefabricatie. Alleen worden die repetitieve materialen en processen nog wel in unieke projecten toegepast, door tijdelijk samenwerkende partners.
De laatste jaren staat de bouw- en inframarkt onder een toenemende druk door internationale concurrentie, meer regelgeving, technische ontwikkelingen en de personeelsschaarste. “Vooral de noodzaak om de impact op het milieu en het gebruik van natuurlijke materialen te verkleinen, is een gamechanger,” vertelt Dornier. “Om daarop te anticiperen moeten alle betrokkenen hun producten en productieprocessen gaan herzien en optimaliseren.” Dat begint in de ontwerp- en engineeringfase bij architecten- en ingenieursbureaus.
Om duurzame projecten te kunnen realiseren, moeten architecten zowel innoveren als andere materialen specificeren. Dit kan echter ook de kosten en complexiteit van projecten verhogen. Behalve rekening houden met de wensen en het budget van opdrachtgevers, moeten ze nu ook duurzame oplossingen bedenken en ontwerpen. Bovendien kan een duurzame bouwmethode risico’s met zich meebrengen voor de hoofdaannemer, omdat hun werknemers niet getraind zijn. Dit is een ontwikkeling waar het virtualiseren van kennis zinvol wordt.
In de ontwerpfase worden woningen, utiliteitsgebouwen en kunstwerken driedimensionaal beschreven in een Bouw Informatie Model (BIM). “Omdat architecten, constructeurs, ingenieurs, installateurs en aannemers met andere BIM-software werken, soms zelfs gerelateerd aan het type materiaal, gaat er tijdens het communiceren in de verschillende projectfasen waardevolle informatie verloren”, vervolgt Dornier. “Ondanks internationale afspraken om dit te voorkomen. Dat is een essentieel verschil met de maakindustrie waar meer met dezelfde software vanuit één bron van de waarheid en digitale continuïteit wordt gewerkt.”
In de maakindustrie worden onderdelen, producten, geïntegreerde systemen en zelfs complete productieomgevingen driedimensionaal vastgelegd in een virtuele tweeling. Het verschil met een BIM is dat ook de interacties tussen alle onderdelen in assemblages en productiegerelateerde informatie moeten worden vastgelegd. Deze informatie is in de bouw- en inframarkt echter zo wijdverspreid over verschillende softwareprogramma’s, modellen en documenten, dat het voor alle betrokken partijen moeilijk is om het BIM-model te vertrouwen en de nauwkeurigheid van de multidisciplinaire informatie te kunnen garanderen.
Door een virtuele tweeling te creëren vanaf het programma van eisen tot en met het BIM-model, is digitale continuïteit gedurende de hele levenscyclus te garanderen en daarop te vertrouwen. Tijdens de uitvoering zijn er vaak discussies over de resources, materiaalstromen, apparatuur en opslagzones. 3DEXPERIENCE is een multidisciplinaire oplossing met een model dat zowel alle producten en processen, als resources nauwkeurig beschrijft voor planning en optimalisatie. Dit wordt tegenwoordig een world model van de bouwplaats genoemd: nauwkeurig, traceerbaar en realtime aanpasbaar, om alternatieve scenario’s te kunnen bedenken en te simuleren.
Als alle betrokken partijen bij een bouw- of infraproject meer product- en productiegericht gaan denken, is er volgens Dornier nog veel winst te behalen. “Dat gebeurt al veel bij bedrijven die prefab producten ontwikkelen en leveren, maar ook bij grote bouwbedrijven zoals Heijmans.” Dan is bijvoorbeeld kennis over wet- en regelgeving en duurzaamheid al vanaf het ontwerp- tot en met de exploitatiefase mee te nemen, om de productie en logistiek beter te optimaliseren. Bovendien maakt product- en productiegericht denken modulair configureerbare bouw- en infrawerken mogelijk die tegen aanzienlijk lagere kosten sneller te realiseren zijn.
Een modulair configureerbare aanpak is niet hetzelfde als identieke woningen, gebouwen en kunstwerken produceren. Natuurlijk moeten alle onderdelen meer op elkaar worden afgestemd via gestandaardiseerde interfaces, maar daar hebben alle betrokken partijen baat bij in de vorm van kosten-, materiaal- en tijdsbesparingen. Sinds de introductie van generatieve AI is configureerbaar werken veel eenvoudiger geworden omdat AI-functionaliteit is ontwikkeld om nieuwe vormen en structuren te helpen creëren, gebruikmakend van al beschikbare ontwerpen en eerder opgedane kennis en ervaring.
Industrialisering van de bouw- en inframarkt levert volgens Dornier aanzienlijke economische en operationele voordelen op. “Klanten in verschillende sectoren van de maakindustrie die op basis van één bron van de waarheid en digitale continuïteit werken, besparen wel 15% aan benodigde materialen en werken zo’n 30% efficiënter. Tevens helpt AI-functionaliteit hen om het tekort aan ervaren personeel te compenseren en kunnen mensen eenvoudiger andere taken uitvoeren en met verschillende materialen werken. Door intern aanwezige kennis en ervaring te digitaliseren kunnen ook bouw- en infrabedrijven hun innovatiecyclus gaan versnellen en IP beschermen.
Aannemers kunnen bijvoorbeeld feedback vanuit de bouwplaats benutten om de uitvoering te optimaliseren en zowel de materiaalinkoop als materieelinzet beter te plannen. Maar ook de samenwerking met leveranciers en onderaannemers verbeteren. Net als in de maakindustrie is een deel van de potentiële economische en operationele voordelen afhankelijk van de supply chain. Hoofdaannemers kunnen hun rol als integrator gaan herdefiniëren door een bredere verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het op een duurzame wijze realiseren, managen en eventueel na de oplevering ook nog decennialang beheren van de bouw- en infrawerken.
Dassault Systèmes is in de bouw- en inframarkt nog niet zo bekend. “Wat klanten betreft ligt onze focus op grote bouwbedrijven en prefableveranciers, gezien hun invloed op de uitvoering van projecten”, zegt Dornier. “Het 3DEXPERIENCE-platform en daarop beschikbare applicaties worden vooral gebruikt voor complexe gebouwen en infrastructuren.” Zo heeft architect Frank Gehry de bouwwereld begin jaren negentig al verrast met het Guggenheim Museum in Bilbao en decennia later het Louis Vuitton-museum in Parijs. Ook veel energiecentrales en stuwdammen in de wereld worden met oplossingen van Dassault Systèmes ontworpen en gerealiseerd.
Behalve door industrieel te gaan werken kunnen bouw- en infrabedrijven ook sneller projecten realiseren of innoveren met de modelgebaseerde systems engineering (MBSE) aanpak. MBSE wordt in de maakindustrie al gebruikt voor het delen van informatie en systeemrepresentaties tijdens de hele levenscyclus van een product of project. Deze aanpak stelt alle betrokkenen in staat om ontwerpen van verschillende disciplines in een nauwkeurige virtuele omgeving te creëren, te analyseren en te valideren vóór de fysieke productie ervan. In de Nederlandse infrasector werkt Rijkswaterstaat ook al bijna twintig jaar met systems engineering.
Heijmans Horizon is een concreet voorbeeld van duurzamer en sneller industrieel bouwen, waarbij deze bouwer ook inspeelt op het toenemende tekort aan personeel. Tijdens de Good Morning AEC-uitzending van Dassault Systèmes deelde directeur Rutger Ballhaus zijn visie en ervaringen. “Wij zijn al ruim tien geleden gestart om duurzame woningen fabrieksmatig te gaan produceren en op locatie te assembleren. In een houtskeletbouwfabriek in Heerenveen hebben wij nu de capaciteit om op industriële wijze 500 duurzame en energieneutrale grondgebonden woningen te produceren, die modulair zijn samen te stellen en te assembleren.”
De industriële woningproductie van Heijmans brengt vergaande technische en organisatorische veranderingen met zich mee. “Wij zijn begonnen met dezelfde mensen die in projecten werken, maar voegen nu specifieke productiekennis en -ervaring toe. Het is namelijk een transformatie van engineering-to-order (ETO) naar configure-to-order (CTO). Daarom gebruiken wij het 3DEXPERIENCE-platform en PLM voor de digitale continuïteit en het kunnen optimaliseren van onze productie- en assemblageprocessen.” Kijkend naar de toekomst is Ballhaus van plan om industrieel produceren binnen Heijmans ook voor de infra- en utiliteitsbouw te gaan toepassen.