Door: Redactie - 12 maart 2026 |
Op dinsdag 3 maart 2026 keert het water terug in de voorhaven van Sluis Born. Na maanden van drooglegging gaan de pompen uit en stroomt het Julianakanaal langzaam terug door de breukstenen dam. Daarmee bereikt het omvangrijke verruimingsproject van de laatste kilometers van het kanaal een belangrijk eindpunt. Aannemer Van den Herik rondt de komende weken de laatste voorzieningen voor schippers af.
De afgelopen maanden haalde het projectteam al het slib weg dat tijdens het verruimingsproject van de Maas en het Julianakanaal in de voorhaven lag opgeslagen. Vervolgens maakten de medewerkers de bodem glad en brachten zij een nieuwe laag bodembescherming aan. Die laag bestaat, net als in de rest van het Julianakanaal, uit een opbouw van geotextielmatten, grind en stortsteen. De voorhaven bij Sluis Born ligt er volgens Rijkswaterstaat nu piekfijn bij en moet weer jarenlang meegaan. Het is een flinke klus geweest, maar het resultaat mag er zijn.
Zodra de tijdelijke dam ver genoeg is afgebroken om werkschepen door te laten, brengt aannemer Van den Herik alle voorzieningen voor de binnenvaart terug. Het team legt de remmingwerken weer op hun oorspronkelijke plek en plaatst de stellages waar schippers kunnen aan- en afmeren. Tussen de nieuwe afmeerpalen, die al een tijdje staan te blinken langs het kanaal, komen loopbruggen. Het aanbrengen van al deze scheepvaartvoorzieningen bij de voorhaven van Sluis Born duurt naar verwachting tot halverwege april 2026. Ook de auto-afzetplaats keert terug op de locatie waar die voor de start van het project al lag. Rijkswaterstaat mikt op het voorjaar van 2026 om die klus af te ronden.
Een mooi staaltje circulariteit: de stenen die dienden als tijdelijke dam krijgen een tweede functie. Rijkswaterstaat gebruikt ze om erosiekuilen in de Maas bij stuw Lith op te vullen. Zulke kuilen onstaan doordat snelstromend water bij een stuw met grote kracht op de rivierbodem beukt. Eind april vervoert het projectteam de stenen per schip naar Lith. Het is een logische en kostenbesparende keuze om bestaand materiaal zo opnieuw in te zetten, in plaats van nieuw steenmateriaal aan te schaffen.
Met het vullen van de voorhaven sluit Rijkswaterstaat de verruiming van de laatste vier kilometer van het Julianakanaal officieel af. Toch verdwijnt aannemer Van den Herik nog niet helemaal uit beeld. In de directe omgeving van het kanaal voert het bedrijf nog resterende werkzaamheden uit. Denk daarbij aan het inzaaien van percelen en het asfalteren van de laatste stukken jaagpad, dat op meerdere punten een nieuwe toplaag nodig heeft.
De meeste depots ruimt het team op, met een opvallende uitzondering: het depot bij Born. Dat terrein blijft in gebruik als opslagplaats voor materialen van het verbredingsproject van de A2 tussen Het Vonderen en Kerensheide. Zelfs de stukken oud asfalt die uit het kanaal kwamen, krijgen daar een herbestemming bij de wegverbreding. De hoofdkeet van Van den Herik langs het kanaal verdwijnt voor de zomer. Na al die jaren is het terrein aan de Hoge Kanaalweg dan weer leeg.
De werkzaamheden rond Sluis Born passen in het grotere plaatje van de Maasroute. Rijkswaterstaat werkt al jaren aan deze vaarweg om die geschikt te maken voor grote klasse Vb-schepen. De verruiming van de laatste vier kilometer vormde het sluitstuk van dat traject. Toch is er nog één laatste stap nodig: een grondige baggerslag over het hele Julianakanaal. Het projectteam controleert momenteel of de vaarweg overal de gewenste diepte heeft. Waar dat niet het geval is, brengt Van den Herik de bodem op diepte, inclusief de invaarten van de havens. Zo bereidt Rijkswaterstaat zich voor op de openstelling voor grotere schepen, naar verwachting later in 2026. Het is een langverwacht moment voor het varende bedrijfsleven, dat al jaren uitkijkt naar betere doorvaartmogelijkheden op deze route.