Door: Redactie - 16 april 2026 |
Het kabinet zet vol in op versnelling van de woningbouw via de Woondeals, maar in de praktijk lopen bouwprojecten nog regelmatig vast. Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting deelde onlangs haar voortgangsrapportage met de Tweede Kamer. Daarin erkent zij dat het woningtekort groot blijft en dat partijen samen knelpunten sneller moeten oplossen. De Woondeals vormen volgens haar het fundament onder de aanpak.
Sinds 2022 realiseerde Nederland in totaal 340.000 nieuwe woningen. Dat klinkt indrukwekkend, maar de voortgang verschilt enorm per provincie. Op papier dekken de huidige bouwplannen tot en met 2030 zo’n 128 procent van de benodigde 100.000 woningen per jaar. Toch beschikt slechts 61 procent van die plannen over een vastgesteld omgevingsplan of een verleende vergunning. Dat betekent concreet dat tienduizenden woningen vastzitten in bestuurlijke procedures. Provincies spraken met de minister af om meer capaciteit vrij te maken voor het sneller vaststellen en vergunnen van bouwplannen.
De Woondeals blijven het belangrijkste instrument waarmee het Rijk, provincies, gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen gezamenlijk regie voeren op de woningbouwopgave. Via deze regionale afspraken bepalen de partners hoeveel woningen er komen, waar die verrijzen, voor wie ze bedoeld zijn en hoe snel de bouw start. In februari en maart vonden al bestuurlijke overleggen plaats waarin deelnemers concrete voorstellen deelden om knelpunten aan te pakken. De Taskforce Versnellen Woningbouw en de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof pakken een deel van die problemen op.
Volgens recente cijfers van ABF Research bedroeg het woningtekort begin 2024 circa 401.000 woningen, oftewel 4,8 procent van de woningvoorraad. Dat tekort daalde licht ten opzichte van eerdere piekjaren, maar blijft ver boven de gewenste frictienorm van 2 procent. Minister Boekholt-O’Sullivan benadrukt in haar Kamerbrief dat mensen perspectief nodig hebben op een woning. De woningbouwafspraken in de Woondeals moeten dat perspectief bieden, maar critici vragen zich af of bestuurlijke overleggen alleen voldoende zijn zonder structurele hervormingen in het vergunningenstelsel.
De komende periode vernieuwen de betrokken partijen de Woondeals met afspraken die doorlopen tot en met 2036. Die vernieuwing loopt gelijk op met de volkshuisvestingsprogramma’s die provincies en gemeenten opstellen onder de Wet versterking regie volkshuisvesting. Binnen zes maanden presenteert de minister bovendien een integraal programma om de woningbouw verder te versnellen. Daarmee wil zij de woondealafspraken kracht bijzetten en ervoor zorgen dat bouwprojecten eerder van de grond komen.
Het valt op dat het kabinet met de Woondeals steeds ambitieuze doelen formuleert, terwijl de realisatiecijfers al jaren achterblijven bij de ambities. De bouwsector kampt met personeelstekorten, stijgende materiaalkosten en complexe stikstofregels. Zonder concrete doorbraken op die fronten riskeert de woondealstructuur een papieren werkelijkheid te blijven. De komende maanden zullen uitwijzen of de vernieuwde aanpak daadwerkelijk leidt tot meer stenen op elkaar.