Onderwaterdrones maken inspectie van sluizen en stuwen veiliger

Duizenden natte kunstwerken in Nederland wachten op inspectie, maar wat er onder de waterlijn gebeurt, blijft voor veel beheerders een blinde vlek. Duikers waren jarenlang de enige optie om de onderwaterconditie te beoordelen. Dat werk brengt grote risico’s met zich mee. TNO en Rijkswaterstaat testen daarom onderwaterdrones als veiliger alternatief, met veelbelovende eerste resultaten.

Duikwerk bij kunstwerken is levensgevaarlijk

Wie denkt dat inspectiewerk onder water vergelijkbaar is met een recreatieve duik, heeft het mis. Bij sluizen en stuwen lopen duikers het risico om vast te raken, bekneld te raken of meegezogen te worden door sterke stroming. Bij eerdere incidenten kwamen duikers om het leven. “De risico’s voor duikers bij dit soort werkzaamheden zijn nooit volledig uit te sluiten”, zegt Marcel Vos, adviseur inspectie-innovaties bij Rijkswaterstaat. Die organisatie hanteert inmiddels een helder uitgangspunt: niet duiken, tenzij het echt niet anders kan. Waar mogelijk zet Rijkswaterstaat veiligere methoden in, zodat mensen minder lang in gevaarlijke situaties hoeven te werken.

Hoe onderwaterdrones natte kunstwerken in beeld brengen

Eind 2025 testten TNO en Rijkswaterstaat onderwaterdrones bij de zeesluis in Farmsum. Tijdens een driedaagse proef zetten zes bedrijven hun systemen in onder operationele omstandigheden. Onder hen ook Blue Atlas Robotics. Het zicht onder water bedroeg slechts 30 tot 50 centimeter. Dat klinkt als weinig, maar het is representatief voor veel Nederlandse binnenwateren. Marcel Vos licht toe: “In Zeeland heb je meer zicht, maar bij veel binnenwateren is 50 centimeter al aan de gunstige kant.”

Camera’s schieten bij zulk beperkt zicht tekort. Daarom beschikken de onderwaterdrones over akoestische sensoren. Met sonar brengen ze de vorm en ligging van constructies in kaart en sporen ze grotere afwijkingen op. Of de technologie ook specifieke schades zoals scheuren betrouwbaar kan detecteren, moet vervolgonderzoek uitwijzen. De drones voerden onder meer diktemetingen uit aan damwanden en inspecteerden meerstoelen, remmingswerken en het sluizencomplex.

Autoband onder een sluisdeur verwijderd zonder duiker

Een sprekend voorbeeld laat zien hoe breed inzetbaar deze technologie al is. Bij een sluis zat een autoband klem onder de sluisdeur. Marcel Vos: “Met een grote deur die heen en weer beweegt is dat veel te gevaarlijk voor een duiker. Met een drone hebben ze een stalen kabel door die band gekregen en hem vanaf de kant weggetrokken. Zonder dat iemand het water in hoefde.” Dergelijke praktijkgevallen tonen aan dat onderwaterdrones niet alleen inspecteren, maar ook operationele problemen helpen oplossen.

Onderwaterdrones vullen duikers aan, niet vervangen

Ondanks de veelbelovende resultaten neemt de onderwaterdrone de duiker niet over. Ze vullen elkaar juist aan. Bas, senior adviseur onderwatertechnologie bij TNO: “Duikers hebben bepaalde voordelen, drones hebben bepaalde voordelen. Een mens kan voelen en luisteren. In complexe omgevingen is een duiker vaak onmisbaar.” Bij een recente inspectie verkende eerst een drone het gebied. Pas daarna gingen duikers het water in, beter voorbereid op wat ze konden verwachten. De supervisor boven water kreeg zo een veel completer beeld van de situatie.

Bovendien leveren de onderwater-inspectierobots data op die duikers niet verzamelen. Een duiker heeft zijn handen nodig om te bewegen en kan maar beperkt apparatuur meenemen. Een drone kent die beperking niet en meet systematischer. Dat vraagt wel om een nieuwe manier van werken. Marcel Vos: “Je moet ook leren om die beelden te bekijken. Wat zie ik en wat kan ik ermee?”

Miljarden aan infrastructuur wachten op inspectie

De timing van deze technologische ontwikkeling is opvallend gunstig. Rijkswaterstaat beheert circa 6.500 kunstwerken, van bruggen en tunnels tot sluizen en stuwen. Een groot deel staat gedeeltelijk of volledig in het water. Waterschappen, provincies en gemeenten beheren er nog veel meer. De jaarlijkse uitgaven voor vervanging en renovatie van infrastructuur stijgen van ongeveer 1,1 naar 2,4 miljard euro. Tijdig inspecteren en gericht onderhouden scheelt enorme bedragen. Ad van ’t Zelfde, projectleider bij TNO: “Als je beter kan inspecteren, kan je beter voorspellen. Dat leidt uiteindelijk tot een betrouwbare levensduur.”

Protocollen ontbreken nog, maar de markt groeit snel

Standaarden en protocollen voor onderwaterinspecties met drones bestaan nog niet. Dat is een punt van aandacht. Zonder uniforme kwaliteitseisen lopen beheerders het risico op onderling onvergelijkbare inspectieresultaten. Toch zetten TNO en Rijkswaterstaat duidelijke stappen. TNO investeert jaarlijks zo’n 10 miljoen euro in infra-innovaties en werkt samen met publieke en private partijen aan veiliger inspecteren onder water. Op 27 maart presenteerden TNO en Rijkswaterstaat de resultaten van de experimenten bij de zeesluis van Farmsum. Voor provincies, waterschappen en gemeenten die voor vergelijkbare opgaven staan, biedt de opkomst van onderwaterdrones een concrete kans om hun inspectiewerk slimmer en veiliger in te richten.

Avatar foto

Redactie

Dit nieuws is samengesteld door de redactie van BouwNieuwsVandaag.
Lees meer van: Redactie