Door: Redactie - 6 maart 2026 |
De CDA-Statenfractie in Zeeland wil dat de provincie onderzoekt of de geplande afsluiting van de Westerscheldetunnel vanaf januari 2027 korter kan dan vier maanden. De oostbuis moet dicht voor herstel van betonschade, maar een funderingsexpert presenteerde een alternatief plan dat de stremming mogelijk halveert. De fractie stelt kritische vragen over de transparantie rond dit voorstel en eist een onafhankelijke doorrekening.
Vanaf 11 januari 2027 sluit de Westerscheldetunnel de oostbuis af voor herstelwerkzaamheden aan betonschade. Aanleiding is een scheur die monteurs eind 2022 ontdekten tijdens een reguliere onderhoudsafsluiting. Arcadis kreeg in juni 2023 de opdracht om de stabiliteit te beoordelen en herstelmaatregelen te adviseren. Het resultaat: een plan dat vier maanden vergt, met volledig in-situ betonstort als herstelmethode. Voor Zeeland betekent dat maandenlang omrijden, economische schade en toenemende druk op alternatieve routes vanwege afsluiting Westerscheldetunnel.
Maar is die doorlooptijd onvermijdelijk? Het CDA plaatst daar inmiddels serieuze vraagtekens bij. De fractie wijst op een alternatief plan van funderingsexpert Evert van Asselt, dat de sluiting van de tunnelbuis zou kunnen terugbrengen tot ongeveer zeven weken. Een verschil dat voor de Zeeuwse economie en het dagelijks verkeer enorm zou zijn.
Van Asselt stelt voor om bij het herstel deels te werken met prefab elementen in plaats van uitsluitend ter plaatse beton te storten. Door onderdelen vooraf in een gecontroleerde omgeving te produceren, kan de feitelijke werkduur in de tunnel flink afnemen. Hij presenteerde dit plan in januari 2026 op de HZ University of Applied Sciences in Vlissingen, waar het al enkele aanpassingen doorstond op basis van technische feedback. Een snelle oplossing is belangrijk, want een afsluiting Westerscheldetunnel heeft impact op de regio.
Hier is wel een nuance op zijn plaats. In 2024 lanceerde Van Asselt namelijk een eerder voorstel: de tunnelbuis van buitenaf vrijgraven en de scheur extern herstellen. De NV Westerscheldetunnel, Rijkswaterstaat en het Centrum Ondergronds Bouwen schreven dat plan in februari 2025 af als te riskant. Het huidige prefab-alternatief is dus een wezenlijk ander voorstel, hoewel het CDA in zijn vragen suggereert dat de provincie het rapport al in 2024 ontving. Die tijdlijn klopt niet helemaal.
De CDA-fractie wil precies weten wat er met het alternatieve rapport is gebeurd. Volgens de indieners stuurde de provincie het door naar de NV Westerscheldetunnel, die het vervolgens door Arcadis zou laten doorrekenen. De fractie vraagt of het college van Gedeputeerde Staten hiervan op de hoogte was en waarom Provinciale Staten niet proactief over deze ontwikkelingen hoorden.
Het is een terechte vraag. Als er een realistisch alternatief op tafel ligt dat de afsluiting Westerscheldetunnel met meer dan de helft kan verkorten, dan verdient dat op zijn minst een serieuze en transparante behandeling. De NV Westerscheldetunnel liet eerder weten het idee te hebben bekeken en mee te nemen naar het bouwteam, maar verwachtte geen aanpassingen aan het bestaande plan. Een reactie die weinig ruimte laat, maar ook weinig onderbouwing biedt.
De gevolgen van een viermaandelijkse afsluiting Westerscheldetunnel reiken verder dan alleen verkeershinder. De CDA-fractie wijst op signalen uit het bedrijfsleven en de logistieke sector dat omrijden via Antwerpen niet alleen extra reistijd kost, maar ook beperkingen kent voor bepaalde vervoersstromen. Denk aan transporten met gevaarlijke stoffen of uitzonderlijk transport dat niet zomaar via Belgische routes kan uitwijken.
Daarnaast benoemt de fractie het risico op extra letsel- en materiële schade doordat meer verkeer over smallere of drukkere wegen moet. Hoe korter de stremming duurt, hoe lager die schade uitvalt. Dat klinkt logisch, en het maakt de roep om een grondige evaluatie van alternatieven des te begrijpelijker. Volgens cijfers van het CBS over verkeersintensiteit op rijkswegen neemt de druk op het Nederlandse wegennet al jaren toe, wat de kwetsbaarheid bij langdurige afsluitigen zoals de afsluiting Westerscheldetunnel alleen maar vergroot.
Het CDA vraagt het college om in gesprek te gaan met Van Asselt en een groep ondersteunende experts. Daarnaast wil de fractie dat een onafhankelijke partij het prefab-alternatief doorrekent. Mocht het college besluiten dat nader onderzoek niet nodig is, dan moet het volgens de indieners gemotiveerd toelichten welke technische, inhoudelijke of organisatorische overwegingen daaraan ten grondslag liggen.
Die eis voor motivering is opvallend, maar niet onredelijk. Bij infraprojecten van deze omvang hoort een open afweging van alternatieven, zeker wanneer een externe expert met een concreet uitgewerkt rapport komt. Uiteindelijk raakt de afsluiting van de Westerscheldetunnel niet alleen automobilisten, maar de gehele Zeeuwse economie. Of het prefab-plan uiteindelijk technisch en financieel haalbaar blijkt, moet een onafhankelijke toets uitwijzen. Tot die tijd blijft de vraag hangen of vier maanden echt het minimum is, of dat Zeeland onnodig lang in de file staat.