Door: Redactie - 10 juni 2026 |
Rijkswaterstaat heeft het onderhoud van wegen in Noord-Nederland voorlopig stilgelegd. De wegenbeheerder beschikt niet langer over voldoende budget voor groot onderhoud aan snelwegen en provinciale wegen in Groningen, Friesland en Drenthe. Het gaat om tientallen projecten die de komende twee jaar gepland stonden, samen goed voor honderden miljoenen euro’s. Branchevereniging Bouwend Nederland waarschuwt inmiddels voor „Italiaanse toestanden” op het Nederlandse wegennet.
Het onderhoud van wegen in de drie noordelijke provincies raakt tientallen trajecten. In Groningen staan werkzaamheden aan de A7, A28 en N33 op de tocht. In Drenthe betreft het de A28 en A37, terwijl in Friesland een streep gaat door onderhoud aan de A7, A32, N31 en A6. Per project gaat het om bedragen van 30 tot 100 miljoen euro. „Het geplande groot onderhoud aan het hoofdwegennet is voorlopig stopgezet”, bevestigt een woordvoerder van Rijkswaterstaat.
De cijfers zijn fors: 92 kilometer asfalt dat niet vervangen wordt, 130 kilometer weg zonder opknapbeurt en 104 kilometer vangrail die geen herstel krijgt. Daarnaast blijven 94 viaducten en duikers zonder onderhoud. Dat het geld halverwege het jaar al op is, wijt de organisatie aan een structureel tekort bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Het probleem beperkt zich niet tot de noordelijke provincies. Ook elders vallen projecten stil, zoals het asfalteren van knooppunt Lunetten bij Utrecht. De Algemene Rekenkamer becijferde dat er tot en met 2038 zo’n 35 miljard euro extra nodig is om het onderhoud van wegen weer op niveau te brengen. De rijksoverheid erkende begin dit jaar al dat de financiële ruimte voor investeringen in infrastructuur beperkt is.
Voor 2026 is 2,8 miljard euro beschikbaar voor exploitatie en onderhoud van wegen. Dat klinkt als veel geld, maar Rijkswaterstaat stelt dat het „niet voldoende” is. De minister en staatssecretaris hebben aangekondigd opnieuw te gaan prioriteren om de basis op orde te krijgen.
De begroting van het ministerie kent een tekort van ruim 80 miljard euro tot 2039 voor exploitatie, onderhoud, vervanging en aanleg van rijksinfrastructuur. Jaarlijks haalt de overheid circa 7 miljard euro op via de motorrijtuigenbelasting, maar slechts een deel daarvan gaat naar het daadwerkelijke onderhoud van wegen. De rest verdwijnt in de algemene middelen.
Na de zomer moet duidelijk worden welke koers het kabinet vaart. In de bouwsector houdt men rekening met verder uitstel van projecten. Dat raakt aannemersbedrijven hard: zij zien werk uit de markt verdwijnen waar ze op hadden gerekned. De continuïteit van met name middelgrote bedrijven komt daardoor onder druk te staan. Werk dat eerder als zeker gold, valt nu ineens weg.
Voorzitter Arno Visser van Bouwend Nederland noemt het „frustreerend” dat ondanks alle alarmsignalen veel opdrachten uitblijven. Politici openen graag nieuwe bruggen, maar het onderhoud van wegen is een minder populaire bezigheid, aldus Visser. „We kunnen niet langer om de hete brij heen draaien.”
Al jarenlang wordt gewaarschuwd dat achterstallig onderhoud van wegen kan leiden tot zogeheten „Belgische toestanden”. De vergelijking met de ingestorte brug in Genua in 2018 duikt regelmatig op. Toch maakt de politiek keer op keer andere keuzes. Het gevolg: het onderhoud van wegen in Nederland raakt steeds verder achterop, met groeiende risico’s voor verkeersveiligheid en doorstroming.