Zonnepanelen op de grond: wanneer is het een betere keuze dan op het dak?

Op een warme zomerdag loopt een zonnepaneel op een donker dak op tot 60 à 65 graden Celsius. Bij die temperatuur verspeelt een paneel circa 20 procent van zijn vermogen, en dat verlies herhaalt zich elk jaar opnieuw in de maanden dat de zon het hardst werkt. Wie dat weet, begrijpt waarom de vraag of zonnepanelen op de grond beter presteren dan op het dak in sommige situaties een ander antwoord heeft dan verwacht. 

Wat maakt een dakinstallatie soms minder geschikt? 

Een dak op het zuiden, met een helling van 35 graden en zonder schaduw: dat is de situatie waarop installateurs hun offertes doorgaans baseren. In de praktijk is die situatie minder vanzelfsprekend dan hij klinkt. 

Een oost-west-dak levert structureel 15 tot 20 procent minder op dan het optimale scenario. Die afwijking zit er jaar in, jaar uit, en loopt over 25 jaar op tot een aanzienlijk verschil in totale opbrengst. Schaduw van een boom, een dakkapel of een naastgelegen pand werkt bij traditionele string-omvormers als een knijpklem op het hele systeem: zodra een deel van de panelen minder ontvangt, daalt de output van de volledige rij. 

Er zijn ook situaties waarin een dak simpelweg niet in aanmerking komt. Rieten daken, asbest, monumentale panden of constructies die het gewicht van een installatie niet dragen: in die gevallen is de afweging al gemaakt voordat de offerte is aangevraagd. De vraag verschuift dan naar wat er op het perceel zelf mogelijk is. 

Technische voordelen van een grondopstelling 

Het voordeel waar het minst over gesproken wordt, is temperatuur. Op een warme zomerdag loopt een paneel op een donker dak op tot zo’n 60 à 65 graden Celsius. Per graad Celsius boven de 25 graden daalt het vermogen met ruwweg 0,5 procent. Op papier levert de zon meer energie in de zomer, maar het is ook precies dan dat panelen door overkapping het meest inleveren. 

Bij een grondopstelling staat het frame vrij. Lucht circuleert aan alle kanten, de panelen blijven koeler en het rendement blijft stabieler op de momenten dat het er het meest toe doet. Voeg daar de vrijheid in hellingshoek bij, 35 tot 37 graden op het zuiden is op de grond altijd haalbaar, en het rendementsverschil ten opzichte van een suboptimaal dak valt groter uit dan de meeste vergelijkingen laten zien. 

Onderhoud is op de grond ook gewoon toegankelijker. Zonnepanelen plaatsen in de tuin of op de grond zorgt dus voor minder opbrengstverlies door opwarmende zonnepanelen. Hierdoor neemt de stroomopbrengst toe, net als met de positionering van zonnepanelen in de ideale hellingshoek op het zuiden. Daarnaast is het onderhoud makkelijker uit te voeren, net als wanneer de zonnepanelen schoongemaakt moeten worden.  

Zijn er ook nadelen of beperkingen? 

Ruimte is de meest directe beperking. Tien panelen vragen ruwweg 20 vierkante meter, en in een doorsnee achtertuin concurreert dat met alles wat er al staat. Het is verstandig om dat vooraf goed in kaart te brengen, liefst samen met een installateur die de locatie ook daadwerkelijk bekijkt. 

Bekabeling is een tweede punt dat vaker onderschat wordt dan verwacht. Hoe verder de panelen van de meterkast staan, hoe langer de kabelroute en hoe hoger de bijkomende installatiekosten. Bij een opstelling buiten het bouwperceel kan die route behoorlijk oplopen. Grondopstellingen op enige afstand van de woning zijn bovendien gevoeliger voor diefstal dan panelen op een dak. Een degelijke beveiliging hoort dan standaard in de offerte thuis, niet als optie achteraf. 

Kosten vergeleken: grond versus dak 

Een grondopstelling kost gemiddeld zo’n 5 procent meer dan een vergelijkbare dakinstallatie. Dat zit hem in de fundering, het montagesysteem en de langere bekabeling. Bij grotere opstellingen op weilandgrond, met meer graafwerk en een complexere elektrische aansluiting, loopt de meerprijs verder op. 

Toch loont het om die meerprijs naast de verwachte opbrengst te leggen, niet alleen naast de aanschafprijs. Een installatie op de optimale hellingshoek, met betere koeling op warme dagen, wekt over 25 jaar structureel meer op dan een dakinstallatie op een noordwestdak of een schaduwrijke locatie. In de meeste gevallen verdient een goed gepositioneerde grondopstelling het aanvankelijke kostenverschil terug via hogere jaaropbrengsten. 

ZPN brengt die vergelijking bij elk adviesgesprek terug naar de concrete situatie: locatie, oriëntatie, beschikbare grond en afstand tot de meterkast, zodat de keuze op meetbare gegevens berust en niet op vuistregels. 

Hoe zit het met een vergunning voor zonnepanelen in de tuin of het weiland? 

Op het dak is in de meeste gevallen geen vergunning nodig, mits de panelen binnen het dakvlak vallen en het geen monument betreft. Voor een grondopstelling ligt dat anders, en de regels wisselen per gemeente. 

Binnen het bouwperceel, dus in de tuin, vereisen veel gemeenten een omgevingsvergunning zodra de opstelling groter is dan 75 tot 100 vierkante meter of de constructie hoger dan vijf meter uitkomt. Gemeenten toetsen aan het bestemmingsplan en kijken naar de invloed op het straatbeeld of het landschappelijk karakter van de omgeving. Buiten het bouwperceel, zoals in een weiland, is een vergunning vrijwel altijd vereist. 

Het is verstandig om de vergunningcheck via het Omgevingsloket te doen voordat de offerte-aanvraag loopt. Milieu Centraal heeft daar een overzichtspagina over de regelgeving rond zonnepanelen die ook de actuele subsidie- en salderingssituatie meeneemt. In Noord- en Oost-Nederland verschilt het gemeentelijk beleid genoeg om navraag de moeite waard te maken. 

Salderingsregeling stopt in 2027: wat betekent dat voor deze keuze? 

Per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling in één keer. Stroom die je na die datum teruglevert, wordt vergoed tegen minimaal 50 procent van het kale leveringstarief. In 2026 kun je nog volledig salderen, maar die periode is kort. 

Dat heeft directe gevolgen voor de rekensom. Een installatie die meer opwekt, levert bij teruglevering na 2027 ook meer stroom weg tegen die lagere vergoeding. De logische stap is dan niet minder opwekken, maar meer zelf verbruiken. Een thuisbatterij verhoogt het directe zelfverbruik van gemiddeld 28 tot 30 procent naar 60 tot 80 procent van de eigen opwekking. Bij een grondopstelling die structureel meer produceert dan een suboptimaal dak, telt dat verschil extra hard mee. 

Wie nu installeert, heeft de volledige saldering van 2026 nog aan zijn kant en de tijd om het systeem meteen goed te dimensioneren voor de jaren daarna. Wachten kost in dit geval letterlijk rendement. 

Avatar foto

Redactie

Dit nieuws is samengesteld door de redactie van BouwNieuwsVandaag.
Lees meer van: Redactie

Algemeen - Uitgelicht


Digitale Nieuwsbrief

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEVEN EN BLIJF OP DE HOOGTE VAN ALLE ONTWIKKELINGEN IN DE BOUW!

MAANDAG: EVENTS OVERZICHT
VRIJDAG: NIEUWS OVERZICHT

Door jouw inschrijving voor de nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacy voorwaarden.