Door: Redactie - 12 juni 2026 |
De Europese Commissie werkt aan nieuwe aanbestedingsregels die bepalen hoe overheden hun miljarden aan opdrachten moeten vergeven. Bijzonder hoogleraar aanbestedingsrecht Willem Janssen van de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit Utrecht vindt dat die regels veel dwingender moeten worden. Volgens hem laat de overheid nu te veel kansen liggen om met haar inkoopkracht bij te dragen aan een duurzamere en socialere samenleving.
De Nederlandse overheid besteedt jaarlijks zo’n 110 miljard euro aan opdrachten in de bouw, de ict en de zorg. Die opdrachten worden openbaar aanbesteed, maar de mogelijkheden om via aanbestedingen ook maatschappelijke doelen te bereiken blijven grotendeels onbenut. Janssen constateert dat de huidige richtlijnen, inmiddels twaalf jaar oud, overheden weliswaar toestaan om duurzaamheidseisen of sociale voorwaarden te stellen, maar dat daar veel te weinig gebruik van is gemaakt. „Het was vrijwillig, maar ik denk dat nu de fase is gekomen dat we de wetten moeten aanscherpen en overheden die kant op moeten duwen”, zegt hij. De nieuwe aanbestedingsregels zouden die vrijblijvendheid definitief moeten doorbreken.
Een concreet voorbeeld: de overheid heeft zich gecommitteerd aan klimaatdoelen die ze toch niet haalt. Bij grote opdrachten van honderden miljoenen of zelfs miljarden euro’s zouden eisen rond CO2-neutraliteit volgens Janssen standaard moeten zijn. Nu is het voor bedrijven die zelf wél investeren in duurzame productie of in personeel met een afstand tot de arbeidsmarkt juist een nadeel. Ze moeten die ambities weglaten om op prijs te kunnen concurreren met partijen die zulke doelstellingen niet hebben. Nieuwe aanbestedingsregels die duurzaamheid verplicht stellen, zouden dat probleem wegnemen.
De angst dat strengere eisen de markt zouden afschrikken is volgens Janssen onterecht. Het bedrijfsleven vraagt juist om een overheid die meer regie neemt en via aanbestedingsprocedures duidelijk maakt wat ze wil. „De markt zegt: daag ons nou uit. Het voordeel van eisen is dat de koplopers verder kunnen gaan met hun ambities.” Volgens de Europese aanbestedingsrichtlijnen die de Commissie nu herziet, krijgen lidstaten straks mogelijk minder ruimte om die eisen vrijblijvend te houden. Dat is precies de richting die Janssen bepleit: meer dwang, meer resultaat.
Dat strengere eisen de spoeling dunner kunnen maken, erkent Janssen. Afgelopen jaar waren er voorbeelden van overheidsopdrachten waar geen enkel bedrijf op inschreef, zoals de renovatie van de Van Brienenoordbrug of de ov-concessie in Zeeland. Er zal dan ook boter bij de vis moeten komen, waarschuwt hij. Het wordt duurder, maar dat hoort erbij. „Maar uiteindelijk is dat precies wat je wil. Je wil dat de markt wakker wordt en duurzamer gaat produceren.” De overheid moet bereid zijn meer te betalen als zij via nieuwe aanbestedingsregels ook meer eist van haar leveranciers.
Niet alleen bedrijven zitten klem. Ook de inkoper bij de overheid die een aanbesteding uitschrijft, voelt druk vanuit de politiek om de eisen zo op te stellen dat het de maatschappij zo min mogeijk geld kost. Die focus op de laagste prijs gaat ten koste van bredere maatschappelijke waarden. Met nieuwe aanbestedingsregels die overheden verplichten ook op duurzaamheid en sociale impact te toetsen, zou die balans verschuiven. Janssen wijst erop dat de Europese herziening van de aanbestedingsrichtlijnen precies die mogelijkheid biedt, en dat nieuwe aanbestedingsregels binnen handbereik liggen. „Gezien de grote uitdagingen op geopolitiek en klimaatniveau moeten we de wet aanscherpen”, concludeert hij. De komende maanden worden bepalend voor hoe ver Europa daarin wil gaan.