Kostenstijging Steekterbrug: Bijna 11 miljoen euro extra nodig

Steekterbrug

De vervanging van de Steekterbrug in de N207 over de Oude Rijn in Zuid-Holland dreigt flink duurder uit te vallen dan gepland. Provinciale Staten moeten beslissen over een verhoging van het uitvoeringskrediet naar bijna 58 miljoen euro, een stijging van bijna 11 miljoen. De brug is technisch verouderd en het stalen val moet uiterlijk eind 2026 buiten gebruik worden gesteld. Uitstel brengt risico’s met zich mee.

Steekterbrug: Oorzaak van kostenoverschrijding

De forse kostenstijging voor de Steekterbrug komt voort uit meerdere uitdagingen die tijdens de uitwerking in bouwteam met aannemer Dura Vermeer Infra aan het licht kwamen. Zo blijkt de ondergrond slechter en onvoorspelbaarder dan eerder gedacht. Daarnaast beperkt de krappe bouwruimte de mogelijkheden, zeker door de aanwezigheid van woningen die op staal gefundeerd zijn. Dit vraagt om extra maatregelen.

Om trillingen en stabiliteitsproblemen te voorkomen, kiezen de betrokken partijen voor een trillingvrij aangebrachte palenmatras met lange funderingspalen. Een traditionele voorbelasting bleek namelijk niet haalbaar. Bovendien spelen hogere bouwteamkosten en indexering een rol in de kostenstijging. Volgens de provincie kwamen deze omstandigheden pas in beeld na gedetailleerde engineering.

Extra veiligheidsmaatregelen nodig

Voor de vervanging van deze belangrijke verbinding over de Oude Rijn zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen onvermijdelijk. Denk hierbij aan complexere verleggingen van kabels en leidingen. Ook past men de fasering van het project aan om risico’s te minimaliseren. Door de planuitwerking al in de ontwerpfase samen met de aannemer te doorlopen, zijn deze knelpunten tijdig gesignaleerd, nog vóór de definitieve gunning.

Als gevolg hiervan kan de provincie nu anticiperen op mogelijke problemen. Echter, zonder extra budget dreigt vertraging. En dat is geen optie, want uitstel van de werkzaamheden zou betekenen dat de N207 tijdelijk geen vaste oeververbinding meer heeft. Dit onderstreept de urgentie van een snelle besluitvorming door Provinciale Staten.

Steekterbrug: Vaste variant als voorkeur

In 2022 beslisten Provinciale Staten al om de huidige beweegbare Steekterbrug te vervangen door een vaste, hogere brug met een doorvaarthoogte van 5,40 meter. Een beweegbare variant bleek destijds al duurder, met geactualiseerde ramingen die inmiddels oplopen tot circa 70 miljoen euro. Daarnaast zou deze optie jaarlijks zo’n 290.000 euro extra aan onderhoudskosten met zich meebrengen.

De huidige tegenvallers zouden zich, volgens het statenvoorstel, ook bij een beweegbare brug hebben voorgedaan. Alternatieven zoals het slopen van circa 25 woningen om meer bouwruimte te creëren, met een meerprijs van ongeveer 20 miljoen euro, acht men niet realistisch. De vaste brug blijft dus de voorkeur.

Financiering en mogelijke besparingen

Van het extra benodigde bedrag voor de renovatie van de Steekterbrug kan ruim 6 miljoen euro worden gedekt uit de reservering voor tegenvallers binnen het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI). Voor de resterende 4,88 miljoen euro volgt de besluitvorming bij de Voorjaarsnota 2026. Eerst bekijkt men herschikkingen binnen het PZI en de Ambitie Bereikbaar Zuid-Holland, voordat eventueel algemene middelen worden aangesproken.

Tegelijkertijd onderzoekt de provincie versoberingsmaatregelen via value engineering. Mogelijke besparingen, geschat op circa 3 miljoen euro, vragen nog om verdere uitwerking en afstemming met stakeholders. Provinciale Staten behandelen het voorstel begin maart. Bij instemming kan de realisatiefase worden gegund, zodat de nieuwe verbinding tijdig gereed is voordat het huidige val buiten gebruik gaat.

Avatar foto

Redactie

Dit nieuws is samengesteld door de redactie van BouwNieuwsVandaag.
Lees meer van: Redactie