Door: Redactie - 6 februari 2026 |
De coalitie van D66, CDA en VVD presenteerde vrijdag een ambitieus plan om de woningbouw in Nederland aan te jagen. Met een doel van 100.000 nieuwe woningen per jaar willen de partijen belemmeringen aanpakken, zoals netcongestie en stikstofproblemen. Toch klinkt er kritiek: ontwikkelaars en corporaties vrezen dat de financiële middelen ontoereikend zijn om de plannen waar te maken.
De woningnood aanpakken staat hoog op de agenda van de coalitie. D66, CDA en VVD willen met hun nieuwe aanpak de bouw van 100.000 woningen per jaar eindelijk realiseren. Hun strategie? Meer betaalbare huizen neerzetten en tegelijkertijd de regels versoepelen. Daarnaast pleiten ze voor een mix van kleinschalige projecten, zoals extra straten en wijken, en grootschalige locaties die variëren van nieuwe wijken tot complete steden.
Verder richten de partijen zich op beter gebruik van de bestaande woningvoorraad. Denk hierbij aan optoppen en splitsen van panden, waarbij ze vergunningen waar mogelijk willen schrappen. Dit moet de vaart erin brengen, net als het snijden in overbodige wet- en regelgeving. Zo bouwt de coalitie voort op het programma Stoer van woonminister Mona Keijzer, met uniforme regels en versimpelde voorschriften.
Een belangrijke pijler van het plan is het aanpakken van bureaucratische hobbels. Gemeenten moeten stoppen met het opleggen van extra eisen, vinden de partijen. Bovendien willen ze bezwaar- en beroepsprocedures beperken. Tegelijkertijd zetten ze in op industrieel bouwen, met goedkopere methoden, uniforme standaarden en snelle goedkeuringen voor fabriekswoningen via fastlanes.
Daarnaast krijgen gemeenten meer ruimte voor actief grondbeleid. Dit moet betaalbare woningbouw stimuleren. De coalitie stelt voor om instrumenten zoals het voorkeursrecht en een grondfaciliteit in te zetten voor financiering. Ook willen ze winsten van private grondbezitters afromen via een uitgebreid kostenverhaal. Een planbatenheffing lijkt daarmee van de baan.
Stikstof vormt al jaren een struikelblok voor de woningbouw, maar de regeringscoalitie kiest nu voor een duidelijke koers. Met een nieuw stikstoffonds van 20 miljard euro willen ze boeren rond kwetsbare natuurgebieden uitkopen. Daarnaast gaat het geld naar natuurherstel en innovaties in de landbouw, zoals natuurinclusieve methoden. Hiermee herstellen ze de stikstofpot die eerder onder minister Christianne van der Wal vorm kreeg.
Ondertussen krijgt netcongestie, een andere grote hinderpaal, ook aandacht. De partijen willen een Crisiswet Netcongestie invoeren om de aanleg van infrastructuur te versnellen. Hierbij bouwen ze voort op bestaande maatregelen van vorige kabinetten. Door deze combinatie hopen ze de beschikbaarheid van elektriciteit te vergroten en woningbouwprojecten niet langer te laten stagneren door capaciteitsproblemen op het net.
Hoewel de plannen van de regeringscoalitie voortbouwen op eerdere afspraken, zoals de Woontopafspraken en de woningbouwimpuls, blijft de financiële onderbouwing een pijnpunt. De budgetten voor ontsluiting van woningbouwlocaties en andere stimuleringsregelingen stijgen niet ten opzichte van voorgaande jaren. Dit roept vragen op bij ontwikkelaars en corporaties, die al langer wijzen op de onrendabele toppen in de sector.
Fahid Minhas, directeur van ontwikkelaarsvereniging Neprom, spreekt zijn zorgen uit. Hoewel hij het stikstoffonds en het schrappen van een planbatenheffing waardeert, vindt hij de middelen ontoereikend. “Voor ontsluiting hebben we minstens drie miljard per jaar nodig. Met dit budget kun je die 100.000 woningen per jaar vergeten”, stelt hij scherp. Zijn woorden onderstrepen de kloof tussen ambitie en realiteit.
Ook Aedes, de koepelorganisatie van woningcorporaties, reageert teleurgesteld. Al jaren pleiten zij voor het afschaffen van de vennootschapsbelasting, zodat miljarden extra geïnvesteerd kunnen worden in nieuwbouw en verduurzaming. De coalitie houdt de belasting echter in stand, al komt er vanaf 2028 een vorm van compensatie. Voor Aedes-voorzitter Liesbeth Spies is dit te weinig en te laat.
“Deze compensatie dekt het tekort van bijna 20 miljard aan investeringscapaciteit niet”, waarschuwt Spies. Als gevolg hiervan dreigt het tempo van de woningbouw opnieuw in te zakken. Bovendien staan volgens haar de doelen van de Woontop op losse schroeven. Haar kritiek weerspiegelt de frustratie in de sector over het gebrek aan financiële slagkracht in de plannen.
Desondanks klinkt er ook enthousiasme, met name vanuit Bouwend Nederland. Voorzitter Arno Visser verwelkomt de focus op uitvoering. “Na twee jaar stilstand komt de politiek eindelijk in beweging. Uitvoeren, dat is wat we nodig hebben”, zegt hij. Hoewel hij nog kanttekeningen plaatst, waardeert hij de praktische insteek van de plannen en het stikstoffonds van 20 miljard euro.
Verder ziet Visser een verschuiving in denken. De plannen lijken minder vanuit de tekentafel en meer vanuit de praktijk opgezet. Dit biedt volgens hem ruimte voor overleg met het kabinet en de Kamer. “We hebben vertrouwen in die samenwerking”, voegt hij toe. Zijn optimisme contrasteert met de zorgen van andere partijen in de sector.
Emeritus hoogleraar Friso de Zeeuw, voorzitter van Stoer, geeft een gematigd oordeel. Hij waardeert de stikstofaanpak en de vereenvoudiging van regels, maar blijft kritisch over de budgetten. “Met 500 miljoen per jaar voor infrastructuur redden we het niet. We blijven steken op 80.000 woningen per jaar”, voorspelt hij. Toch geeft hij het akkoord een 6,5, mede door het schrappen van een aparte bouwbaas.