Door: Redactie - 23 april 2026 |
Minister Boekholt-O’Sullivan (D66) van Volkshuisvesting komt met een pakket maatregelen om de uitpondgolf een halt toe te roepen. Door de huurwet regelgeving op meerdere punten te versoepelen, hoopt zij het aanbod middenhuurwoningen te vergroten. De minister mikt op ingangsdatum 1 januari 2027. Verhuurders reageren voorzichtig positief, maar waarschuwen dat de aanpassingen de verkoopgolf niet zomaar keren. Kritiek klinkt vooral vanuit de belangenorganisatie VastgoedBelang.
In een brief aan de Tweede Kamer licht de minister toe hoe zij de Wet betaalbare huur wil bijschaven. De kern: verhuur moet aantrekkelijker worden, zodat particuliere verhuurders hun woningen niet massaal verkopen. Sinds de invoering van de wet in juli 2024 zetten veel beleggers hun bezit te koop, omdat het rendement onder druk staat. Volgens cijfers van het Kadaster verkochten particuliere verhuurders in het eerste halfjaar van 2025 bijna 20.000 huurwoningen, een forse stijging ten opzichte van voorgaande jaren.
Eén van de opvallendste wijzigingen betreft tijdelijke huurcontracten voor studenten. Deze contracten moeten weer mogelijk worden voor álle studenten, dus niet langer alleen voor studenten van buiten de gemeente. De minister verwacht dat deze versoepeling leegstand tegengaat en verhuurders meer zekerheid biedt. Studentenhuisvesters pleitten hier al langer voor, omdat de huidige regels volgens hen nodeloos ingewikkeld uitpakken.
De bestaande nieuwbouwopslag van 10% krijgt een verlenging van vier jaar. Daarmee mogen verhuurders een hogere huur vragen om hun investeringen terug te verdienen. Ook past de minister het woningwaarderingsstelsel aan. Woningen met een hoge WOZ-waarde, vaak op populaire locaties in de Randstad, mogen straks een hogere huur vragen. In dure steden zoals Amsterdam en Utrecht kan dat bedrag oplopen, waardoor verhuur financieel weer interessanter wordt. Critici vrezen echter dat betaalbaarheid in grote steden juist verder onder druk komt.
De puntentelling krijgt een opfrisbeurt. Woningen zonder tuin of balkon krijgen geen minpunten meer, en ook rijksmonumenten mogen een hogere huur vragen. Daarmee erkent de minister dat monumentaal bezit hogere onderhoudskosten met zich meebrengt. Deze aanpassing binnen de huurwet regelgeving moet voorkomen dat historische panden onrendabel raken en uit de verhuurmarkt verdwijnen.
Naast de koerscorrectie rondom de huurwet regelgeving kondigt het kabinet maatregelen aan om de nieuwbouw vlot te trekken. Het kabinet werkt aan een lagere overdrachtsbelasting en sleutelt aan box 3. Verder wil de minister de doorlooptijd voor bouwvergunningen halveren van acht naar vier jaar. Provincies en gemeenten ontvangen 156 miljoen euro extra om ambtenaren aan te trekken. Volgens cijfers van het CBS kwamen er in 2024 ongeveer 82.000 nieuwbouwwoningen bij, ruim onder de doelstelling van 100.000 per jaar. De minister mikt daarnaast op meer prefabwoningen: over vier jaar moet de helft van alle nieuwbouw uit de fabriek komen, tegenover 20% nu.
VastgoedBelang noemt het pakket “een kleine stap in de goede richting”, maar acht de maatregelen onvoldoende. Uit een peiling onder 1.100 verhuurders blijkt dat 79% de voorgestelde versoepelingen van de huurwet regelgeving niet afdoende vindt. Van de ondervraagden geeft 14% aan hoe dan ook te willen verkopen; slechts 6% meldt dankzij de aangekondigde wijzigingen weer te gaan verhuren. De organisatie pleit voor “wezenlijke reparaties” in de Wet betaalbare huur om het vertouwen onder verhuurders te herstellen.
De vraag blijft of deze bijstelling van de huurwetgeving voldoende weerklank vindt bij particuliere beleggers. Economen van ING en Rabobank wezen eerder dit jaar op een structureel probleem: zolang het rendement op verhuur achterblijft bij alternatieve beleggingen, blijft uitponding aantrekkelijk. De minister lijkt zich daarvan bewust, maar koerst vooralsnog op een voorzichtige middenweg. Of dat genoeg is om de middenhuurmarkt nieuw leven in te blazen, moet de komende twee jaar blijken. Duidelijk is wel dat de huurwet regelgeving voorlopig onderwerp van politiek debat blijft, zeker nu de verkiezingsuitslag de samenstelling van het volgende kabinet onzeker maakt.