Door: Redactie - 11 mei 2026 |
PFAS milieu en gezondheidsrisico’s worden in beleid nog te vaak los van elkaar beoordeeld. Dat is een probleem, want de werkelijke maatschappelijke kosten van vervuiling door forever chemicals blijven daardoor structureel onderschat. Nieuwe onderzoeksmethoden en Europese regelgeving brengen daar langzaam verandering in. Wat kunnen beleidsmakers, economen en de bouwsector leren van de ontwikkelingen rond PFAS?
Milieueconomen en gezondheidseconomen kijken traditioneel langs elkaar heen. De eerste groep beoordeelt hoe vervuiling lucht, water en ecosystemen aantast. De tweede groep richt zich op ziektekosten en levenskwaliteit. Afzonderlijk leveren beide benaderingen waardevolle inzichten op, maar samen schieten ze tekort. Het verband tussen vervuiling en de gezondheidsschade die er direct uit voortvloeit, verdwijnt dan uit beeld. Economen Lisa Miners, Marije Schaafsma en Roy Brouwer van de Vrije Universiteit Amsterdam publiceerden hierover onlangs een analyse in ESB, waaruit blijkt dat de gecombineerde maatschappelijke kosten van chemische vervuiling structureel te laag worden ingeschat.
De bouwsector heeft hierin een bijzondere positie. Grondverzet, bodemsanering en hergebruik van materialen raken rechtstreeks aan de PFAS-problematiek. Bouwbedrijven die met verontreinigde grond werken, lopen aan tegen normen en advieswaarden die steeds strenger worden. Dat raakt projectplanning, kosten en aansprakelijkheid. Het is daarom geen academisch debat: de verwevenheid van milieu- en gezondheidsrisico’s bij PFAS heeft directe gevolgen op de bouwplaats.
PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) staan niet voor niets bekend als forever chemicals. Ze breken niet af in het milieu en ook niet in het menselijk lichaam. Het RIVM bevestigt dat PFAS-verontreiniging in Nederlandse bodem en grondwater wijdverbreid voorkomt, met concentraties die regelmatig de advieswaarden overschrijden. Dat heeft directe gevolgen voor het hergebruik van grond bij bouwprojecten.
Daar blijft het niet bij. Waternet meldde begin 2026 dat PFAS ook in drinkwaterbronnen opduikt. Onderzoek van het RIVM uit 2025 toont aan dat delen van de Nederlandse bevolking via voedsel en drinkwater al boven de gezondheidskundige richtwaarden voor PFAS-blootstelling zitten. Tegelijkertijd groeit het wetenschappelijk bewijs dat langdurige blootstelling aan lage concentraties PFAS samenhangt met kanker, diabetes, leverschade en reproductieve problemen. De grens tussen milieurisico en volksgezondheidsprobleem vervaagt daarmee zienderogen.
Een van de kernproblemen bij de beoordeling van PFAS milieu en gezondheidsrisico’s is het bepalen van zogenaamde dosis-responsrelaties: hoeveel blootstelling leidt tot welke gezondheidsschade? In laboratoriumstudies valt dit redelijk te bepalen, maar voor de volksgezondheid ligt het complexer. Blootstelling aan PFAS verloopt via meerdere routes tegelijk, op lage niveaus, over lange perioden. Gezondheidseffecten manifesteren zich pas jaren later, en mensen staan ook bloot aan honderden andere chemicaliën tegelijk.
Veelbelovend is het zogenaamde Adverse Outcome Pathway-raamwerk (AOP). Dit raamwerk brengt in kaart hoe chemische blootstelling een reeks biologische processen in gang zet die uiteindelijk tot ziekte leiden. Zo koppelen AOP-studies PFAS-blootstelling aan stofwisselingsstoornissen en hart- en vaatziekten. Het aantal volledig uitgewerkte AOP’s blijft vooralsnog klein, wat laat zien hoeveel werk er nog verzet moet worden. Zonder duidelijkere verbanden tussen vervuiling, ziekte en maatschappelijke kosten blijven economische analyses de werkelijke schade onderschatten.
Europese toezichthouders erkennen dat afzonderlijke beoordeling van milieu- en gezondheidsrisico’s bij PFAS tekortschiet. Het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) publiceerde in 2025 een voorstel om circa 10.000 soorten PFAS te beperken. Dit voorstel vloeit voort uit een holistische aanpak waarin milieu-, gezondheids- en economisch bewijs samen de besluitvorming ondersteunen. Het REACH-regelgevingskader verplicht fabrikanten en importeurs al om zowel milieu- als gezondheidsrisico’s te beoordelen bij de toelating van chemische stoffen.
Ook Nederland beweegt. Het RIVM ontwikkelde in 2025 een nieuw protocol dat gegevens over milieuvervuiling combineert met toxicologisch en epidemiologisch onderzoek, specifiek om gezondheidskundige richtwaarden voor PFAS te onderbouwen. Economen sluiten zich daarbij aan: binnen nationale en Europees gefinancierde onderzoeksprogramma’s werken toxicologen, epidemiologen en economen samen aan risicoanalyses die de volledige maatschappelijke kosten in kaart brengen. Dat gaat verder dan directe zorgkosten: ook productiviteitsverlies, verminderde levenskwaliteit en schade aan ecosysteemdiensten tellen mee.
Voor professionals in de bouw- en grondsector zijn de implicaties concreet. De normen rond PFAS worden strikter, niet soepeler. Wie nu grond verzet, saneert of hergebruikt, moet rekening houden met aanscherpingen die voortvloeien uit de geïntegreerde risicobeoordeling van chemische vervuiling en gezondheidsschade. Bouwbedrijven die dit nu al meenemen in hun risicoanalyses, voorkomen verrassingen later in het project.
De bredere les van de PFAS-discussie is dat milieuvervuiling en gezondheidsschade twee kanten van dezelfde medaille zijn. Zolang beleidsmakers, economen en bouwprofessionals deze risico’s apart benaderen, onderschatten ze de werkelijke impact van chemische stoffen in de leefomgeving. De wetenschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen rond PFAS laten zien dat een geïntegreerde aanpak van milieu- en gezondheidsrisico’s niet alleen wenselijk is, maar ook haalbaar, mits alle disciplines daadwerkelijk samenwerken.